Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` bel`

  1. aan de bel trekken (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt)
  2. ben je belatafeld (=ben je gek)
  3. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  4. De kat de bel aanbinden (=Iets al te publiekelijk ondernemen)
  5. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  6. er gaat een belletje rinkelen (=ik begin het te begrijpen)
  7. gouden bergen beloven (=heel veel (onmogelijks) beloven)
  8. het land van belofte (=de plaats waar het goed toeven is)
  9. iemand belet geven (=iemand niet ontvangen)
  10. iemand koeien met gouden horens beloven (=iets moois beloven maar niet nakomen)
  11. iets op zijn beloop laten (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingrijpt)
  12. koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
  13. met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de schuld krijgen)
  14. van de wal in de sloot belanden (=vanuit een slechte situatie terechtkomen in een situatie die nóg slechter is)
  15. veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven (=veel mensen zijn al blij met een belofte en geloven alles)
  16. Wie eten wil moet de kok niet beledigen. (=Hou je meerdere te vriend.)

75 betekenissen bevatten ` bel`

  1. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  2. as is verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  3. de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
  4. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  5. eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  6. belofte maakt schuld (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
  7. een man een man, een woord een woord (=als je iets hebt beloofd, dan moet je je daar ook aan houden)
  8. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In belgië zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  9. iemands rechterhand zijn (=de belangrijkste assistent zijn)
  10. het beste paard van stal (=de belangrijkste persoon in het gezelschap)
  11. gods water over gods akker laten lopen (=de dingen op hun beloop laten)
  12. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  13. woord houden (=doen wat iemand beloofd heeft)
  14. zijn woord gestand doen (=doen wat iemand beloofd heeft)
  15. een boterham met tevredenheid (=een (droge) boterham (zonder beleg))
  16. een gedwongen eed doet/is god leed (=een afgedwongen belofte wordt niet gehouden)
  17. een (modder)figuur slaan (=een belachelijke of domme indruk maken)
  18. Het beste paard van stal vergeten. (=Een belangrijk persoon over het hoofd zien)
  19. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  20. de teugels laten vieren (=een minder streng beleid voeren)
  21. belofte is een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken)
  22. de oude mens afleggen (=een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  23. zijn plezier niet opkunnen (=er veel plezier aan beleven)
  24. op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
  25. gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
  26. ergens muziek in zitten (=ergen veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven)
  27. naar iets talen (=ergens belangstelling voor hebben)
  28. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  29. men wordt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevoede mensen beledigen anderen minder)
  30. gouden bergen beloven (=heel veel (onmogelijks) beloven)
  31. de rijpste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  32. koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
  33. hij is in Rome geweest, maar heeft de Paus gemist (=hij heeft het belangrijkste laten schieten)
  34. op iemands tenen trappen (=iemand beledigen)
  35. iemands eer te na komen (=iemand beledigen - iemands naam aantasten)
  36. iemand voor het hoofd stoten (=iemand beledigen of kwetsen)
  37. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  38. ergens je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  39. een gevoelige snaar raken (=iets ligt erg gevoelig bij iemand, belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp en iemand die dan aandacht heeft ervoor)
  40. iemand koeien met gouden horens beloven (=iets moois beloven maar niet nakomen)
  41. wat in het vat zit, verzuurt niet (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is zal ook worden ingelost)
  42. de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
  43. een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: De beste beloning voor een 19e eeuws schoolkind)
  44. in de aap gelogeerd zijn (=in een vervelende positie beland zijn)
  45. voor aap staan (=in het openbaar belachelijk zijn)
  46. de melk optrekken (=je woord terugnemen, je belofte niet helemaal vervullen)
  47. Hij maakt van zijn buik een afgod. (=Lekker eten en drinken vindt hij belangrijk.)
  48. stevig in het zadel zitten (=machtig zijn, een belangrijke positie hebben)
  49. met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleefdheid kun je veel bereiken)
  50. de egards (tegenover iemand) in acht nemen (=met de nodige beleefdheid behandelen)

Het dialectenwoordenboek kent 48 spreekwoorden met ` bel`

  1. Munsterbilzen - Minsters: besjieëte trautkoeëme (=belabberd er vanaf komen)
  2. Westerkwartiers: woar is die verzeild roakt (=waar is die beland)
  3. Turnhouts: das niks van pettik (=dat is niets bijzonder/niet belangerijk)
  4. Westerkwartiers: d'r benn'n meer koapers op 'e kust (=er zijn meer belangstellenden)
  5. Veurns: eloan zien lik e muulezel (=zwaar beladen zijn)
  6. Katwijks: Bè je belaetaefeld! (=Ben je bedonderd!)
  7. Slands: Bin je nou hemaal belahzerd ! (=Dit gaat te ver !)
  8. Munsterbilzen - Minsters: geloje waaj ne mauliëzel (=zwaar beladen)
  9. Veldens: Bis dich belaaitaffeld? (=Ben je nou helemaal...?)
  10. Munsterbilzen - Minsters: dassoe onniëzel ast graut és (=dat is belachelijk)
  11. Lokers: lach mee au peetsjen (=maak iemand anders belachelijk)
  12. Antwerps: nen afgangk gaon (=zich belachelijk maken)
  13. Brakels: tès zuu onnuuzel at gruut ès (=totaal belachelijk)
  14. Venloos: Baeter eine lange nek as gooj kaart (=Inzet is belangrijker dan geluk of talent)
  15. Roermonds: doe kins wachte toet belaoke paose (=je kan wachten tot sint juttemis)
  16. Bilzers: dat kan méttülle (=dat is van belang)
  17. Oudenbosch: dan zijde gijur belangenaon nog nie (=dan ben je nog helemaal niet klaar)
  18. Munsterbilzen - Minsters: da mok niks aut (=dat heeft geen belang)
  19. Brakels: tès nen uun (=hij heeft een belangrijke positie)
  20. Liemers: Eeuwige trouw duur nooit langer dan één minselaeve. Daor kom'ie altied zwaor tied aan tekort van't ow toen belaofde. (=Tijdsbegrippen in eeuwen.)
  21. wijlres: nurges hin gebiere (=net doen alsof je iets niet merkt, geen belangstelling tonen)
  22. Bilzers: daaj moes wirés én de vol zon ston (=ze moest weer in de belangstelling staan)
  23. Antwerps: Deris just 't stad, de rest is parking. (=Enkel Antwerpen is belangrijk.)
  24. Westerkwartiers: meet'n is weet'n, en gizz'n is mizz'n (=goed meten is belangrijk)
  25. Prinsenbeek: het mag geen naam hebben (=het is niet belangrijk)
  26. Lokers: ge moet nie veel oar èn' om toepee t'ène (=Over iemand die zich belangrijker voordoet dan hij is)
  27. Munsterbilzen - Minsters: tés vër zen eege goed (=het is in je eigen belang)
  28. Opglabbeeks: de knuip duurhuiwe (=belangrijke beslissing nemen)
  29. Westerkwartiers: de kat de bel aanbiend'n (=binden - de kat de bel aanbinden)
  30. Drents: De dikste proemen bent schud (=Het belangrijkste is geweest)
  31. Westerkwartiers: da's 'n veurnoame zoak (=dat is erg belangrijk)
  32. Waalwijks: ''Den dieje bidt allinnig mar vur z'n egge parochie'' (=Alleen voor z'n eigen belang opkomen.)
  33. Vlijtingens: ich duun het vjèr zen ège guut (=ik doe het in je eigen belang)
  34. Lekkerkerks: bel nint mins (=welnee mens...)
  35. Munsterbilzen - Minsters: get on de graute klok hange (=de kat de bel aanbinden)
  36. Fries: baas sjembek (=belangrijk persoon met jam aan zijn mond)
  37. Bachten de kupes: 'k go nog nie no ruus, belange nie (=ik ga nog niet naar huis, zeker niet)
  38. Westerkwartiers: da's de spil woar alles om draait (=dat is de belangrijkste persoon)
  39. Westerkwartiers: wat 't zwoarst is moet 't zwoarst weeg'n (=het belangrijkste moet eerst gebeuren)
  40. Opglabbeeks: de kat de bel oembinne (=aandacht trekken)
  41. Westerkwartiers: de kat de bel aanbiend'n (=iemand confronteren)
  42. Munsterbilzen - Minsters: vés begint altijd te rotte bij de kop (=het hoofd is niet het belangrijkste onderdeel van een vrouw)
  43. Mestreechs: de kat de bel aon binde (=het vuurtje aan stoken)
  44. Hardinxvelds: Och, bel niiiint keind (=Ach wel nee mijn kind)
  45. Munsterbilzen - Minsters: de bèste éndrëk èsten aofdrëk vannen autdrëk (=belangrijk is niet de weg die je aflegt, maar de sporen die je nalaat)
  46. Bilzers: de kat de bel aon bènne (=de bal aan het rollen brengen)
  47. Mestreechs: de kat de bel aon binde (=iets aan de grote klok hangen)
  48. Munsterbilzen - Minsters: bel mich mèr as ge traut zit (=met mij moet je geen welles-nietes spelleke)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen