Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` beke`

  1. kleur bekennen (=voor zijn standpunt uit moeten komen)
  2. naar de bekende weg vragen (=vragen naar hetgeen men al weet / Overbodig handelen)
  3. te goeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)

25 betekenissen bevatten ` beke`

  1. boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
  2. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeilijk meer)
  3. Uitlekken (=als iets ongewenst publiekelijk bekend wordt )
  4. wijd en zijd zijn (=bij iedereen bekend zijn)
  5. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  6. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  7. ergens als kind in huis zijn (=ergens bekend of goed behandeld worden)
  8. een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  9. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  10. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  11. men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
  12. in een slechte reuk staan (=iemand die niet goed bekend staat)
  13. iets aan de klokreep hangen (=iets algemeen bekend maken)
  14. iets aan het licht brengen (=iets bekend maken wat verborgen is)
  15. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  16. over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt)
  17. de tijd zal het leren (=na verloop van tijd is er bekend hoe het gegaan is)
  18. een onbeschreven blad zijn (=nauwelijks bekend zijn)
  19. met een zwarte kool aangetekend staan (=ongunstig bekend staan)
  20. al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  21. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  22. de grote klok luiden (=op opvallende wijze bekend maken)
  23. op het zondaarsbankje zitten (=schuld bekennen)
  24. niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
  25. wie de naam heeft, krijgt de daad (=wie bekend staat als misdadiger, krijgt de schuld)

Het dialectenwoordenboek kent 41 spreekwoorden met ` beke`

  1. Westerkwartiers: achternoa bekeek'n (=achteraf bekeken)
  2. Westerkwartiers: 'k heb 't wel bekeek'n (=bekijken - ik heb het wel bekeken)
  3. Waregems: zwij'nn lijk vermooërd (=totaal geen bekentenissen afleggen)
  4. Horster: Dentjes Wullem (=Bekerom v.d. W.)
  5. Heerlens: ee gemoald kriehge (=bekeuring krijgen)
  6. Munsterbilzen - Minsters: dür de knieë gon (=bekennen)
  7. Gents: op den kajee vliegen (=een bekeuring krijgen)
  8. Genneps: Niks slimmer as enne mi.ns (=Slim bekeken)
  9. Bergs: Ge bekekt 't mar (=Je bekijkt het maar.)
  10. Westerkwartiers: ze was ien gien veld'n of weeg'n te bekenn'n (=zij was onvindbaar)
  11. Westerkwartiers: hij viel deur de mand (=hij moest wel bekennen)
  12. Bilzers: dër zen knieë gon (=toegeven (bekennen))
  13. Haags: je eiguh darmflora en fauna bekeikuh (=naar de wc gaan)
  14. Diesters: em eet e perces gekrege veur tetteraa (=hij heeft een bekeuring gekregen wegens overdreven snelheid)
  15. Lommels: ik kuis mèn schup af ! (=het voor bekeken houden)
  16. Sint-Niklaas: de spiegel is wa bekeuzeld (=de spiegel is een beetje vuil)
  17. Bilzers: sset nau ech nichter gees bekieke : alcool los toch niks op (=Nuchter bekeken : alcohol lost niets op)
  18. Bilzers: kiek haaj ès rondtech, haaj ès gene godsëtëge mins te zien (=in heel Bilzen is geen ziel te bekennen)
  19. Munsterbilzen - Minsters: hae zoeg te sjoer al hange (=de blinde hield het voor bekeken)
  20. Waregems: ie 'n koste nie fooëdre of toegeev'n (=hij kon niks anders dan bekennen)
  21. Epers: Op 't kleine blad (=Bekende fietstocht Epe)
  22. Oudenbosch: diejen beker oalde gij (=daar is niets tegen in te brengen)
  23. Bilzers: gekaand zin as (=bekend staan als)
  24. herenthouts: hie se, daa se, wa smaate ze nei binne (=bekend volk)
  25. Zwartebroeks: aarges de naom van hên (=ergens om bekend staan)
  26. Westerkwartiers: met oop'n koart speul'n (=zijn bedoelingen bekend maken)
  27. Munsterbilzen - Minsters: kiek ès èn de spiegel, dan zieste zen eege (=Nuchter bekeken, alcohol lost niets op)
  28. Waregems: kee d'n doar nekeer goe besnukt (=ik heb hem eens aandachtig bekeken)
  29. Oudenbosch: nouwistie de piekeleej uit (=nu is hij in geen velden of wegen te bekennen)
  30. Bilzers: beege ésnie braeke, wae geen slaeg kraajg hoef nie te kaeke (=zijn ongelijk bekennen is wijzer dan vechten voor zijn gelijk)
  31. Westerkwartiers: vroag'n noar 't kundege pad (=vragen naar de bekende weg)
  32. Westerkwartiers: oop'n deur'n ientrapp'n (=iets wat bekend is als nieuw verkondigen)
  33. Hulsters (NL): è j'ut al hôrruh? (=Is dat al bekend bij je?)
  34. Alblasserdams: zo tochtig as de bezum zijn (=de bekende hoofdpijnsmoes van vrouwen)
  35. Opglabbeeks: aan 't leegt koeme (=bekend maken)
  36. Westerkwartiers: hij stijt ien 'n goeie reuk (=hij staat gunstig bekend)
  37. Sevenums: asse de naam hes te laat te kômen, kumse noeit miêr op tiêd (=als je bekend staat om een bepaalde eigenschap hou je dat)
  38. Tilburgs: hoe zèè de gekoome meej de rêep is ut naa goet !! (=hoe ben je gekomen met de hoepel is het nu goed ( antwoord op een vraag naar de bekende weg) !!)
  39. Fries: Hy is fan kwea aaien set,een fiene hushouwding (=Hij stamt uit een slecht bekend staande familie)
  40. Westerkwartiers: da's wied en zied bekend (=dat weet men in de wijde omtrek)
  41. Klemskerks: Stal(h)ille, grooët van wille, grooët van pracht mo' kleeëne va' macht: in Klemskerke en Vlissegem gebruikte ironische karakterisering van de inwoners van het aanpalende dorp Stalhille. De Stalhillenaars stonden bekend als hovaardig en hooghartig (=Stalhille, groot van wille, groot van pracht maar klein van macht)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen