Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


150 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` als een`

  1. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  2. Achteruit gaan als een hollend paard. (=Snel terrein verliezen)
  3. arbeiden als een galeislaaf (=erg hard werken)
  4. balen als een stier (=er een gloeiende hekel aan hebben)
  5. branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
  6. branden als een fakkel (=zeer fel branden)
  7. buigen als een knipmes (=zeer onderdanig doen)
  8. dat gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
  9. dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
  10. Dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=Dat is overduidelijk)
  11. dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  12. dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
  13. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  14. dat slaat als een knots op een kangoeroe (=dat choqueert je)
  15. dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
  16. dat sluit als een haspel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
  17. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  18. Die werkt als een paard zal haver eten. (=Hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen.)
  19. Die werkt als een paard zal haver eten. (=Hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen)
  20. doorslaan als een blinde vink (=hoogst onlogisch redeneren)
  21. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  22. een geheugen als een garnaal (=een zeer slecht geheugen hebben)
  23. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  24. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  25. een leven als een oordeel (=een verschrikkelijk lawaai)
  26. een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
  27. Een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=In het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig)
  28. een mond als een hooischuur (=een grote of erg brutale mond)
  29. een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uithaalt met woorden)
  30. een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
  31. een waarheid als een koe (=iets totaal vanzelfsprekends)
  32. er over oordelen als een blinde over de kleuren (=erover oordelen zonder kennis van zaken)
  33. er uitzien als een parnas (=er goed uitzien)
  34. er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
  35. ergens als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  36. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  37. Eten als een dijker. (=Onbeschoft veel eten.)
  38. Eten als een paard. (=Heel veel eten)
  39. Eten als een varken. (=Ongemanierd eten.)
  40. Eten als een wolf. (=Veel en gulzig eten.)
  41. gapen als een oester (=met de mond wijd open geeuwen)
  42. gapen als een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
  43. gezien worden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
  44. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  45. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  46. het sluit als een bus (=de beredenering klopt)
  47. het zo druk hebben als een klein baasje (=veel kleine karweitjes moeten doen)
  48. hij droogt uit als een Harderwijker (=iemand die alsmaar vervelender wordt)
  49. hij gedraagt zich als een baars (=hij is zeer onhandig)
  50. hij heeft net zoveel geld in de buidel als een jood spek in de kast (=hij is straatarm)

8 betekenissen bevatten ` als een`

  1. homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
  2. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  3. zo dood als een pier (=geheel en al dood, als een aardworm die slap aan de hengel hangt)
  4. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  5. ergens als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  6. als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
  7. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  8. onder valse vlag varen (=zich voordoen als een ander of zich anders voordoen)

Het dialectenwoordenboek kent 112 spreekwoorden met ` als een`

  1. Moes: stijf as een berre (=zo stijf als een plank)
  2. Nederweerts: wi-j un zunke (=als een zonnetje)
  3. Steins: de biës oethange (=zich als een beest gedragen)
  4. Bilzers: pietjsje den daut (=zo bleek als een lijk)
  5. Overrepens: wereke as e pjaad (=werken als een paard)
  6. Munsterbilzen - Minsters: sloekke waaj ne sjierdosser (=eten als een paard)
  7. Genneps: Zö zat as ennen uul (=Dronken als een ketellaper)
  8. Munsterbilzen - Minsters: roenke (=ronkend slapen als een kat)
  9. Vijlens: Telle wie inge meikaever (=Tellen als een meikever)
  10. Genneps: Zó stief as ennen wisbom (=Stijf als een hark)
  11. Oudenbosch: ijssur groots mee (=zo trots als een pauw)
  12. Nuths: Ete es ene sjurendescher (=Eten als een paard.)
  13. Genneps: krom als un ha.nkholt (=krom als een juk)
  14. Munsterbilzen - Minsters: krepiëre (=sterven als een hond)
  15. Bilzers: groesdik (=zo dik als een graszode)
  16. Kaatsheuvels: ik zei zo zat als een schup (=ik ben zo zat als een maleier)
  17. Westfries: As 'n kraai op 'n kreng (=Als een bok op een haverkist)
  18. Haags: lachuuh as een zeeuuw met kieespeen (=lachen als een boer met kiespijn)
  19. Bilzers: n smoel waaj ne stront (=een gezicht als een donderwolk)
  20. Hasselts: Hieë zeûp de baan vanne ton aaf (=Hij drinkt als een tempelier)
  21. Bilzers: hae hült zen lippe stijf opéén (=hij zwijgt als een graf)
  22. Waregems: groôts (preus) link feêrte (=pronkend, fier als een gieter)
  23. Flakkees: zo link as een looie deure,allièn niet zo zwaer (=slim als een deur)
  24. Susters: zoa gek wie lommelan (=zo gek als een deur)
  25. Bilzers: zoe raud as 'n tomat (=zo rood als een kreeft)
  26. Brabants: zo scharp as un vlimmeke (=zo scherp als een mes)
  27. Zaans: Zo groos as 'n ouwe aap (=Zo trots als een pauw)
  28. Westerkwartiers: dat gijt as 'n loop'nd vuurke (=dat gaat als een lopend vuurtje)
  29. Westerkwartiers: dat is overduud'lek (=dat is zo klaar als een klontje)
  30. Oudenbosch: mee de groten bo-ns neerkomme (=inslaan als een bom)
  31. Kerkraads: kieke wie enge frisch gepopte uul (=kijken als een kerstkindje)
  32. Zaamslags: Wawarisiswa, dahaniksvanaaf (=Dat is een waarheid als een koe)
  33. Munsterbilzen - Minsters: wae den i (=gedraag je nooit als een dommerik)
  34. Vechtdals: zo gries as 'n doeve (=zo grijs als een duif)
  35. Overmeers: Zeu dom as een inne (=Zo dom als een kip)
  36. Sint-Katelijne-Waver: Zoê zat as ne zwitser (=Zo dronken als een zwitser)
  37. Nieuw-vossemeers: zo zot as unne juin (=zo gek als een deur)
  38. Genneps: Zö krom as 'n ha.nkholt (=Zo krom als een juk)
  39. Brakels (gld): Zo rot es un juttepèèr (=Zo rot als een juttepeer)
  40. Bilzers: dassen maoger gürm (=zij is zo mager als een geit !)
  41. Texels: Gróós as puus (=Trots als een pauw)
  42. Bilzers: mét zene stat tësse zen been vertrékke (=als een angsthaas weglopen)
  43. Tilburgs: dè paast as unne pik in un weedevraaw (=dat sluit als een bus)
  44. Munsterbilzen - Minsters: da klop waaj ne zwaerende vinger (=dat klopt als een bus)
  45. Bilzers: nen turk éster niks tiëge (=hij rookt als een Turk)
  46. Westerkwartiers: hij stijt doar as 'n zoltzak (=hij staat daar als een meelbaal)
  47. Genneps: Zó é.rm zien as 'n luus (=zo arm als een kerkrat)
  48. Oudenbosch: zo zat asun pinneke (=zo dronken als een tor)
  49. Hulsters (NL): zo dwès as un kapmes (=zo koppig als een ezel)
  50. Bilzers: zoe sjael as nen otter (=zo scheel als een otter)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen