Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Ziel`

  1. de ogen zijn de spiegels der Ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  2. door de Ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
  3. Eten en drinken houdt lijf en Ziel bijeen. (=Eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  4. hoe hoger het hart, hoe lager de Ziel (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas)
  5. hoe meer Zielen, hoe meer vreugd (=hoe meer mensen er bij zijn, hoe leuker dat het is)
  6. met een goed geloof en een kurken Ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
  7. met hart en Ziel (=met plezier en passie)
  8. met zijn Ziel onder de arm lopen (=zich vervelen)
  9. ter Ziele zijn / ter Ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meer bestaat of actief is)
  10. twee Zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben)
  11. zijn Ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
  12. zijn Ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)

Eén betekenis bevat ` Ziel`

  1. save our souls (=(S.O.S) Redt onze Zielen)

Het dialectenwoordenboek kent 25 spreekwoorden met ` Ziel`

  1. Helenaveens: Ochèrm (=O, wat Zielig)
  2. Gents: aa goa veuruit gelaak de Zieldroagers (=hij gaat achteruit)
  3. kortemarks: zn buuksje e Zielemesse doen (=gretig eten)
  4. Gents: ij és poepeloere zat /stiepelzat/ ij ee en stuk in zaane Zielee (=hij is stomdronken)
  5. Westerkwartiers: hoe meer Ziel'n hoe meer vreugd (=kom er maar gezellig bij)
  6. Nieuw-vossemeers: 't is ammaol arremoei (=wat ben ik Zielig)
  7. Zeels: nen droeven apostel (=een Zielig iemand)
  8. kortemarks: zn buuksje e Zielemesse doen (=lekker en veel eten)
  9. Kaatsheuvels: Ties ne goeie kloat (=Hij is een Zielig figuur)
  10. brabants: germ (=dat is niet leuk/ dat is Zielig/ dat is sneu)
  11. Flakkees: die komt van achter t duunhek (=een simpele Ziel uit Ouddorp)
  12. Westerkwartiers: ien haart en nier'n (=met lichaam en Ziel)
  13. Zeeuws: twi Zielen in ie-en zak (=twee die het eens zijn)
  14. Drents: As de fles leeg is, zöt men de Ziel. (=Dronken mensen leggen hun Ziel bloot)
  15. Bilzers: doë verbranste zen Ziel aon (=de koffie (soep) is nog te heet)
  16. Bilzers: kiek haaj ès rondtech, haaj ès gene godsëtëge mins te zien (=in heel Bilzen is geen Ziel te bekennen)
  17. Bilzers: ooge spraeke iëveral dezelfde taol (=ogen zijn de afstraling van de Ziel)
  18. Munsterbilzen - Minsters: zen Ziel autkotse (=overvloedig moeten overgeven)
  19. Munsterbilzen - Minsters: ooge spraeke iëveral dezelfste taol (=in de ogen zie je de Ziel van de mensen)
  20. Munsterbilzen - Minsters: hae hèt zen Ziel verkoch on den dievel (=hij heeft verraad gepleegd)
  21. Munsterbilzen - Minsters: zen Ziel autkotse (=braken tot het pijn doet)
  22. Munsterbilzen - Minsters: zen Ziel autkotse (=hevig moeten overgeven)
  23. Oudenbosch: gij verbraant daore op oew Ziel (=je branden aan heter dan gloeiendheet)
  24. Munsterbilzen - Minsters: zen Ziel aut ze lijf lope (=lopen alsof je leven ervan afhangt)
  25. Waregems: ie e(s) mee zin oar, ie e(s) ter Ziel' egoan, ie es ter nie mieêr, ie es bij ons Heere (=hij is gestorven)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen