Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Trouw`

  1. Een paard dat stormt en een meisje dat wil Trouwen zijn niet tegen te houwen. (=Niet tot iets anders te bewegen)
  2. het is altijd rouwen en Trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
  3. het is kruis of munt, zei de non en ze Trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  4. hou en Trouw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
  5. iemand van kwade Trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
  6. met de linkerhand Trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
  7. te goeder Trouw (=naar beste weten en eerlijk handelend)
  8. te kwader Trouw (=onbetrouwbaar, oneerlijk handelend)

6 betekenissen bevatten ` Trouw`

  1. Als het hooi het paard volgt, dan wil het gegeten zijn. (=Als de vrijster achter haar geliefde aanloopt, wil zij te graag Trouwen)
  2. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof Trouwen, gaat het zelden goed)
  3. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van 'n meisje dat liever niet wil Trouwen)
  4. in de echt verbinden (=huwen, Trouwen)
  5. van een bruiloft komt een bruiloft (=op een bruiloft kunnen twee mensen elkaar leren kennen die dan weer gaan Trouwen)
  6. de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras (=wie Trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven)

Het dialectenwoordenboek kent 50 spreekwoorden met ` Trouw`

  1. Sallands: 'Va, gaot ezels ok Trouwn ' 'Allene ezels Trouwt, mien jong.' (='Vader, Trouwen ezels ook ' 'Alleen ezels Trouwen, m'n zoon.')
  2. Veurns: van de prikstoel voll'n (=Als Trouwers afgeroepen worden)
  3. Gents: de goeie inhang en de profijtigen uittrok (=zegt men tegen Trouwers)
  4. Simpelveld: trouweri-j (=huwelijk)
  5. Zeeuws: ie ei zowat een kerkbanke versleten (=trouwe kerkganger)
  6. Westfries: Trouwe is voer zoeke voor een aar z'n goit. (=Trouwen is je schoonouders spekken)
  7. Oudenbosch: zullie zijn over dun put-aok getroud (=zij hebben geen Trouwfeest gehad)
  8. Rotterdams: ouwe dibus (=trouwe kameraad ( wordt vaak van honden gezegd))
  9. Tilburgs: Dè wel dè jè (=Ja, ik wil. (trouwbelofte))
  10. Waregems: trouwf moak'n (=troef maken (kaartspel))
  11. Leefdaals: zaaine wis intrekke (=als iemand zijn Trouwbelofte niet nakomt)
  12. Heezers: wie ut wijf Trouw om ut lijf,verliest ut lijf,mer haawt ut wijf (=wie een mooie vrouw Trouwd is het mooie er vlug af enblijft alleen de vrouw over)
  13. Zeeuws: ai Trouwt mah je mee (=goed gedaan)
  14. Katwijks: ik zit te Trouwe (=ik zit te genieten)
  15. Hasselts: Aafblèèven of tréûn (=Houwen is Trouwen)
  16. Berchems: loaten kljuutn (=trouwen)
  17. Hals: ei zidj oep 't skaa (=zijn jongere broer of zus Trouwt voor hem)
  18. Munsterbilzen - Minsters: des te baeter daste de minse leirs kinne, deste liever zieste zenen hond.... (=zo Trouw als een hond)
  19. Oudenbosch: touw brood mot eurst op (=dochters in volgorde van leeftijd laten Trouwen)
  20. Westerkwartiers: wilst met mij noar 't gemeentehuus ? (=wil je met me Trouwen ?)
  21. Evergems: Ses van ’t gemeentenhuis gedonderd. (=Ze staat op Trouwen)
  22. Epers: de blauwe stoepe opgoan (=trouwen)
  23. Drents: die hef de raap'n gaar (=die moet Trouwen)
  24. Weerts: mesjiêne en hollendje paerd, mójje noeëts Trouwe (=pas op als iets te snel gaat.....)
  25. Zeeuws: zo bin me nie e Trouwd (=dat doen we zo niet)
  26. Westfries: ze benne Trouwd en dain (=ze zijn getrouwd en hebben kinderen.)
  27. Bilzers: Vür e stëkske wos moeste geen heil vêrke én haus haole (=Waarom nog (her-) Trouwen ?)
  28. Bilzers: Ich ben nau te aad en te stijf vür e wijf (=Trouwen is voor jongeren)
  29. Kinrooi: Waem de gek Trouwtj veur d'n drek, verluustj d'n drek en hiltj de gek! (=Wie de gek huwt voor de drek, verliest de drek en houdt de gek!)
  30. Munsterbilzen - Minsters: ne getrouwde man moet de mond tau en de portemenei oëpe haage (=trouwen is houwen !)
  31. Axels: z'èn te veê zuûre beiers gheét'n (=ze moeten gaan Trouwen)
  32. Zeeuws: zen dr cent versnoept (=moeten Trouwen)
  33. Bilzers: Wae n vroo Trouwt vért lijf, behûltet lijf mér verlieset wijf (=laat je niet verlijden door uiterlijke schoonheid)
  34. Twents: A'j om t geald Trouwd bint, he'j ne koo in n stal en n vearkn in berre! (=Als je om het geld bent getrouwd heb je koe in de stal een een varken in bed.)
  35. brabants: ge kunt vur un eindje worst gin heel verreke in huis hoale (=Geen zin om opnieuw te Trouwen van een weduwe)
  36. Munsterbilzen - Minsters: moetekes ston èn de stal, mèr kaaver loope iëveral (=trouwen is zijn rechten halveren en zijn plichten verdubbelen)
  37. Sint-Niklaas: op ieder potje past e schilken (=iedereen vindt wel iemand om mee te Trouwen)
  38. Venloos: det's ein motje (=meisje dat zwanger is voor het huwelijk die moet Trouwen)
  39. Munsterbilzen - Minsters: de koe méttet kaaf kope (=trouwen met een vrouw die al moeder is)
  40. Zeeuws: ai j Trouwt kom jin de zurrehen en je rik ter noeait mi uut (=zorgen)
  41. Heerlens: Wea inge gek Trouwt um d'r drek, dea verluust d'r drek en hilt d'r gek (=Wie een gek huwt omwille van diens vermogen, verliest het vermogen, maar houdt de gek)
  42. Munsterbilzen - Minsters: swanjiër zenen haave Trouwboek mè goed en maok zen hauswerk mè ielke daog (=verzorg je vrouwtje maar goed en doe goed je echtelijke plichten)
  43. Hilvarenbeeks: te goeie Trouw zen (=te goed zijn)
  44. Munsterbilzen - Minsters: haat tich bij want dae hèt viël grond on zen haan hange (=trouw maar gauw want hij heeft veel eigendom)
  45. Heezers: wie ut wijf Trouw om ut lijf,verliest ut lijf,mer haawt ut wijf (=als je met een mooie vrouw ,gaat het mooie er af en blijft er alleen een vrouw over)
  46. Sint-Niklaas: as een ou schuur ont brangen gerokt is er geen blussen oan (=als een ouder het in 't hoofd krijgt om te Trouwen, is er geen tegenhouden aan)
  47. Bilzers: Haat ver daste Trouws zen ooge goed oëpe, mer kniep ze ternoë wol es tau ! (=voor het huwelijk : ogen open, na het huwelijk : soms 1 oogje dicht !)
  48. Liemers: Eeuwige Trouw duur nooit langer dan één minselaeve. Daor kom'ie altied zwaor tied aan tekort van't ow toen belaofde. (=Tijdsbegrippen in eeuwen.)
  49. Alblasserdams: die is geurs in de grip gedoken en trug gouw gaan breien. (=aanduiding voor iemand die moest gaan Trouwen vanwege zwangerschap)
  50. Twents: trouwen: ie denk daj der gold vindt ma ie vindt d'r nog gien roestigen spieker (=trouwen: je denkt dat je goud vindt, maar je vindt nog geen roesterige spijker)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen