Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Ron`

  1. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld Rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  2. met de pet Rondgaan (=geld inzamelen)
  3. platvis eet je met de ramen open en Rondvis met de ramen dicht (=m.a.w. platvis is een zomervis en rondvis is in de winter op z`n best)

8 betekenissen bevatten ` Ron`

  1. de eindjes (niet) aan elkaar knopen (=(niet) Rond komen (met z'n inkomen))
  2. hij loopt te haaien en te draaien (=doelloos Ronddwalen)
  3. het hoofd boven water houden (=financieel Rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
  4. platvis eet je met de ramen open en rondvis met de ramen dicht (=m.a.w. platvis is een zomervis en Rondvis is in de winter op z`n best)
  5. Niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (=Niet Rond kunnen komen)
  6. geen zitvlees hebben (=ongedurig zijn - steeds weer opstaan en Rondlopen)
  7. met iemands woorden naar de markt gaan (=overal Rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
  8. een Pyrrhusoverwinning behalen (=winnen wat zoveel heeft gekost dat je de volgende Ronde niet meer aan kan)

Het dialectenwoordenboek kent 94 spreekwoorden met ` Ron`

  1. Amsterdams: Struinen (=Rondkijken, Rondneuzen, Rondsnuffelen, Snuffelen, Zoeken)
  2. Westels: rond de kerktoren (=klein Rondje)
  3. Bilzers: rondzjoekele (=rondlopen)
  4. Sint-Niklaas: paleuteren (=ergens Rondhangen)
  5. Waregems: 'n toerke doen (=een Rondritje maken)
  6. Roeselaars: ze lopt Rond lik een kieken zonder kop (=doelloos Rondlopen)
  7. Elspeet: De tippe Rond (=Een Rondje wandelen)
  8. Asses: daa ès veul vollek in de staasse (=over een Rondborstige dame :)
  9. Weerts: 'n stökske oploupe (=Wat Rondlopen)
  10. Ninoofs: in de kassen schofieren (=in de laden van kasten Rondneuzen)
  11. Bilzers: de bès nie Gus Vandael (=de stadsomroeper) mèt z'n krèèmtoet (=je moet niet alles Rondbazuinen)
  12. Weerts: lônke as unne gekke kernêl (=verleidelijk Rondkijken)
  13. Bilzers: de graute miële draeë (=de grote versnelling Ronddraaien)
  14. Munsterbilzen - Minsters: doë kan de sjoo nie van rooke (=met zo weinig kan ik niet Rondkomen)
  15. Mestreechs: 'n toernee zjinneraol (=rondje voor de hele zaak)
  16. Munsterbilzen - Minsters: op iemed ze daok zitte (=in iemands omgeving blijven Rondhangen)
  17. Liwwadders: Boxumerdam om, de Kantelannen om (=een Rondje fietsen)
  18. Munsterbilzen - Minsters: opten hoek vannen Ron toffel gon zitte (=het zich moeilijk maken)
  19. Urkers: un kuiertjen mit de oto (=Een Rondje rijden in de auto)
  20. Ninoofs: nen kledde ma vel (=iemand die graag s'avonds Rondliep met een wit laken over hem)
  21. Denderleeuws: rond kesjken (=rond lopen)
  22. Oudenbosch: tot savents laot op straot lope flere (=s avonds op straat tot laat Rondhangen)
  23. Moorsel: de stroutn afdwoële me iet / leurn (=rondgaan in de straten om iets aan de man te brengen)
  24. Munsterbilzen - Minsters: mètte haon opte kërk Ronddraeë (=geregeld van politieke overtuiging wijzigen)
  25. Zurriks: Loat nog mér un bui valle! (=doe nog maar een Rondje)
  26. Zelzaats: 't Es e zwalpei. (=Dronken nietsnut die blijft Rondhangen. Of nietsnut die van geen hout pijlen weet te maken.)
  27. Sint-Niklaas: in de blakke zon gô Rongdlopen (=in de volle stekende zon gaan Rondlopen)
  28. Bilzers: noges e staoseke waajer gon (=de Ronde afleggen)
  29. Bilzers: ich meinde dat eekele onne boom hoenge (=ik geloof dat hier eikels Rondlopen)
  30. Poperings: toertje blok (=rond rijden)
  31. Denderleeuws: rond zjoeven (=in het Rond rijden)
  32. Westfries: niet op skuiffies laupe (=ook zelf eens een Rondje geven hoor!)
  33. Waregems: d'r es griep ip toer (=de griep doet de Ronde)
  34. Overmeers: 'n buiksken bier (=een man met een Ronde buik)
  35. Kortrijks: kgao ton nen bustel in min gat stekn en terbinst dak Rondlope kan ik nog wa voagn... (=ik ga dan nog meer werken...)
  36. Brakels (gld): Effe Terrup Rond (=Even Terp Rond)
  37. Zeels: een vlåe Rond zijn urr'n (=een mep Rond zijn oren)
  38. Bilzers: e biëgske Rond iemed maoke (=in een kringetje Rond iemand lopen (mijden))
  39. Bilzers: daaj hét zjus kwakfroëzeooge (=die loert nogal Rond)
  40. Deinzes: koak-smeet-kirmesse (=een draai Rond je oren)
  41. Sint-Katelijne-Waver: Het reigent kole (=Regenval Rond Pinksteren)
  42. Bilzers: zene kéttel vofraete (=Zijn buikje Rond eten)
  43. Luyksgestels: kèsbölleke virteg plus (=iemand met een Rond gezicht)
  44. Sint-Niklaas: ze liep in euren bloôten (=ze liep naakt Rond)
  45. tervurens: raid nog neki dauj (naam van de baas rij nog eens door) (=de waard of cafebaas vragen om nog een Rondje te bestellen)
  46. Gents: z'hee tegen een Ronde tafel geleupen (=terug zwanger zijn)
  47. Antwerps: zei tege an Ronde toafel gelope (=ze is zwanger)
  48. Sint-Niklaas: ei loopt Rond gullèk e kieken dad een ei moet gô leigen (=hij loopt onrustig Rond)
  49. Zeels: een vloa Rond ou üeren (=oorveeg)
  50. Oudenbosch: oonze lieve 'eer ee vremde kostgangers (=er lopen vreemde mensen Rond)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen