Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


38 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Meer`

  1. als de boeren niet Meer klagen en de pastoors niet Meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  2. als er één schaap over de dam is, volgen er Meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
  3. daar is geen oogje vet Meer op (=dat is niet veel meer waard)
  4. Daar steekt Meer in dan een enkele panharing (=Daar zit meer achter)
  5. dat paard zal mij niet Meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
  6. Dat paard zal mij niet Meer slaan. (=Voortaan zal ik beter oppassen)
  7. dat smaakt naar Meer (=meer van dat, graag!)
  8. die perzik smaakt naar Meer (=dat is gunstig - nog van dat!)
  9. door de bomen het bos niet Meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  10. een gek kan Meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  11. eén gek kan Meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden (=er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet)
  12. een krul Meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
  13. Eén onderrok trekt Meer dan twee paarden. (=De invloed van een vrouw is heel sterk)
  14. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets Meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  15. er is Meer dan de molen in het woud omgegaan (=er is iets bijzonders gebeurd)
  16. er is Meer dan een koe die blaar/bles heet (=de mening van anderen telt ook)
  17. er is Meer gelijk dan eigen gelijk (=de mening van anderen telt ook)
  18. er verdrinken er Meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
  19. er zijn altijd Meer zwijgers dan sprekers (=lang niet iedereen komt altijd voor zijn mening uit)
  20. er zijn Meer hondjes die Fikkie heten (=er zijn meer mensen/etc. met dezelfde naam)
  21. geen kip Meer kunnen zeggen (=zoveel hebben gegeten dat je niets meer kan eten. Volkomen verzadigd)
  22. geen olie Meer in de lamp hebben (=platzak zijn - levensmoe (of ernstig ziek))
  23. geen pap Meer kunnen zeggen (=verzadigd zijn)
  24. geen teken van leven Meer geven (=niets meer van zich laten horen)
  25. Het eten niet Meer op kunnen. (=Spoedig moeten sterven.)
  26. Het leven is Meer dan eten en drinken. (=Alleen eten en drinken vult geen leven.)
  27. het niet Meer hebben (=totaal in verwarring geraken - van de kook zijn)
  28. het niet Meer kunnen navertellen (=er aan sterven)
  29. Hij is niet veel Meer dan een aardappel (=Hij stelt niet erg veel voor)
  30. Hij kan Meer dan alleen brood eten. (=Verstand van zaken.)
  31. hij kan Meer dan brood eten (=hij weet veel)
  32. hoe Meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
  33. hoe Meer zielen, hoe Meer vreugd (=hoe meer mensen er bij zijn, hoe leuker dat het is)
  34. men vangt Meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
  35. niet Meer kunnen wegdenken (=niet meer kunnen missen)
  36. niet Meer van vandaag (=het is ouderwets of niet meer acceptabel)
  37. waar Meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
  38. wanneer de boeren niet Meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)

145 betekenissen bevatten ` Meer`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men Meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. Al etende krijgt men trek / honger. (=Al etende krijgt men steeds Meer trek (ook figuurlijk).)
  3. een ongeluk komt zelden/nooit alleen (=als er iets misgaat, gaat er vaak nog Meer mis)
  4. hoe meer vis, hoe droever water (=als er Meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
  5. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeilijk Meer)
  6. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet Meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  7. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit Meer gebeurt)
  8. uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit Meer gaat doen)
  9. oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet Meer)
  10. Oude paarden jaagt men aan de dijk. (=Als men de taak niet Meer goed aankan, wordt men ontslagen)
  11. Men moet de schapen scheren maar niet villen (=Als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets Meer voor in de toekomst)
  12. oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed Meer aankan, wordt men ontslagen)
  13. die veel begeert veel ontbeert (=altijd Meer willen maakt ongelukkig)
  14. de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing Meer zien)
  15. nood breekt wet (=bij moeilijke omstandigheden is er Meer geoorloofd)
  16. op je laatste benen lopen (=bijna niet Meer kunnen van vermoeidheid)
  17. Een blind paard zou er geen schade doen. (=Daar in huis is letterlijk niets Meer)
  18. Daar steekt meer in dan een enkele panharing (=Daar zit Meer achter)
  19. dat is een paal onder water (=dat brengt Meer nadeel dan voordeel)
  20. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet Meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
  21. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet Meer geaccepteerd)
  22. daar is geen oogje vet meer op (=dat is niet veel Meer waard)
  23. dat komt als mosterd na de maaltijd (=dat komt op een moment dat het geen nut Meer heeft)
  24. dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet Meer gebeuren)
  25. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet Meer in de nabijheid is)
  26. pap in de benen hebben (=de benen willen niet Meer vooruit)
  27. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet Meer kunnen volgen)
  28. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft Meer invloed op je dan van een bekende)
  29. het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog Meer schade)
  30. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet Meer over hebben)
  31. zijn schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet Meer te hoeven werken)
  32. de geest is uit de fles (=dit is niet Meer controleerbaar)
  33. dit loopt uit de hand (=dit is niet Meer onder controle)
  34. met de wolven (in het bos) huilen (=doen wat de Meerderheid doet)
  35. reageren met de voeten (=door ergens weg te gaan, weg te blijven of niet Meer terug te keren, aangeven dat men niet tevreden is)
  36. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop Meer (laten) hebben)
  37. de nekslag geven (=door iets wordt de situatie een te groot probleem waardoor men het niet Meer aan kan)
  38. men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je Meer bij iemand dan met lelijke woorden)
  39. de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men Meer werk verrichten)
  40. de schepen achter zich verbranden (=een beslissing nemen en niet Meer terug kunnen)
  41. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet Meer gered kan worden)
  42. ongeluk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog Meer problemen)
  43. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak Meer te bereiken dan een nors persoon)
  44. iets laten zwemmen (=er geen aandacht Meer aan besteden)
  45. ergens geen gat in zien (=er geen oplossing Meer voor zien)
  46. bij de vleet (=er is Meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
  47. geld maakt niet gelukkig (=er is Meer in het leven dan rijkdom)
  48. uit het oog verliezen (=er niet Meer aan denken)
  49. in de knoop zitten (=er niet Meer wijs uitraken - van slag zijn)
  50. er zijn meer hondjes die Fikkie heten (=er zijn Meer mensen/etc. met dezelfde naam)

Het dialectenwoordenboek kent 346 spreekwoorden met ` Meer`

  1. Liemers: Toch nog te weinig van mien laeve in de kroeg gezaete. (=Een nuchtere vader van Meer Meerlingen)
  2. Giethoorns: As ik liege dan lieg ik in commissie (=Van Meerderen horen zeggen)
  3. Waregems: in de mès (meers) gekipt - ie es presies van sellewie (St.-Lodewijk-Deerlijk) (=achterlijk)
  4. Westerkwartiers: teeg'n de stroom ienroei'n (=een andere mening hebben dan de Meerderheid)
  5. Liemers: Komme die op`t lich af ? Hoe kan dah, waeh zeker da'k ze in't duuster heh gemaak ! (=Een voor het eerst vader worden van 'n Meerling)
  6. Munsterbilzen - Minsters: ne molp mok mei as éé koet (=er Meerdere vrouwen op nahouden)
  7. Meerhouts (Gestel): ette en poewete (=erwten en wortelen)
  8. Meerhouts (Gestel): hij zit mee een aai (=hij heeft angst)
  9. Buggenhouts: hei droit gelaik den haun oep de kerktoren (=iemand die steeds de zijde van de Meerderheid kiest)
  10. Zuid-west-vlaams: ollene peird en karre is ter nog nie overgereden (=een vrouw die met Meerdere mannen geweest is)
  11. Wetters: tzijn slechts muizen die moar ien olleken en (=iemand die er Meerdere vrouwen op nahoudt)
  12. Lokers: der is mieer dan ieen koe die Bloare (h)eet (=meerdere mensen of zaken kunnen dezelfde naam hebben)
  13. Munsterbilzen - Minsters: de kantenier, iës Vanheusde van Miëseme, en ternoë Gus Stas van on de staose èn Minster, onderhoele de waeg en de slaute van Minster, zaumèr èn hun ééntsje opte viloo mètten sjoep enne bessem...en twor ammel goed onderhaage (=de respektievelijke kantoniers, Vanheusden van Meershoven en Guust Stas van Munster, onderhielden de straten en grachten van Munster zomaar in hun ééntje, met schop en bezem op de fiets...en het was netter dan nu.)
  14. Munsterbilzen - Minsters: aste nau en dan ès trëg kieks op ze laeve, laefste twei kër (=wie van herinneringen kan genieten, leef Meerdere keren)
  15. Sint-Niklaas: alvelings (=min of Meer)
  16. Meerhouts (Gestel): nen eljen emmer petetten oan énnen buist en da fleus tegen de zitterse steweg (=een ganse emmer aardappelen aan één struik en dat straks tegen de zittaartse steenweg)
  17. Antwerps: noeit ni mier (=nooit Meer)
  18. Arnhems: niemeaohrlnommaalmeaohr (=niet normaal Meer)
  19. Sint-Niklaas: oe langer oe Meer (=al langs om Meer)
  20. Sint-Niklaas: niet nie Meer (=niets Meer)
  21. Meerhouts (Gestel): nen hiejelen oaker petetten oan énnen buist en da fleus tegen de zitterse stiejeweg (of boan) (=een ganse emmer aardappelen aan één struik en dat straks tegen de zittaartse steenweg)
  22. Westerkwartiers: 't liekt Meer dan 't is (=het lijkt Meer dan het is)
  23. Westerkwartiers: doar wiest doe Meer van ! (=weten - daar weet jij Meer van !)
  24. Westerkwartiers: d'r benn'n Meer koapers op 'e kust (=er zijn Meer belangstellenden)
  25. Deinzes: ke a geen goeste Meer (=Ik heb er geen zin Meer in)
  26. Westerkwartiers: uut het oog, uut het haart (=niet Meer in beeld, dan ook niet Meer in de geest)
  27. Kortemarks: je verroert van gièèn vinne (=hij beweegt niet Meer)
  28. Erps: e es gerineweert (=hij bezit niets Meer)
  29. tervurens: t kuit af (=het duurt niet lang Meer)
  30. Brugs: zun bobbiene is of (=daar zit geen fut Meer in)
  31. Oudenbosch: kzijn ut beu (=ik doe het niet Meer)
  32. Hams: 'tschaap is de preut af (=ik kan niet Meer)
  33. Wetters: kzitte strop (=ik kan niet Meer verder)
  34. Gents: mee dubbel (dobbel) krijt schrijven (=meer aanrekenen dan voorzien)
  35. Hulsters (NL): zain tong ingeslikt èn (=niets Meer zeggen, zwijgen)
  36. Mestreechs: väöl, wieneg, mie/mieër, wieniger (=veel, weinig, Meer, minder)
  37. Waregems: geeën drie mal zeevn meeër (=niet zo jong Meer)
  38. Sint-Niklaas: dor edde niets nie Meer on te zeigen (=die gehoorzaamt niet Meer)
  39. Kerkdriels: ut is kasverkreukult (=dat is niks Meer waard)
  40. Susters: Dao is de fleur vanaaf (=Dit is niet mooi Meer)
  41. Kerkraads: bauwer wie nit (=misschien ( Meer bijna als niet ))
  42. Bilzers: op zwat (dreig) zoëd zitte (=geen duit Meer hebben)
  43. Wetters: hij zit knurre (=hij heeft geen geld Meer)
  44. Veurns: 't Nie meeë lange trekk'n (=Niet Meer lang leven)
  45. Bilzers: dreig ston (=geen druppel alcohol Meer aanraken)
  46. Munsterbilzen - Minsters: on de mier oplope (=geen raad Meer waten)
  47. Lichtervelds: je verroert van gièèn vinne (=hij beweegt niet Meer)
  48. Westerkwartiers: hij is stroataarm (=hij bezit niets Meer)
  49. Lichtervelds: jee doa gescheetn (=hij is er niet Meer gewenst)
  50. Genneps: van de been af zien (=niet Meer kunnen lopen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen