Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Hoef`

  1. Als ik ze niet Hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=Ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet hoeft)
  2. lachen als een boer die een Hoefijzer vindt (=tevreden lachen)

9 betekenissen bevatten ` Hoef`

  1. het is geen aangenomen werk (=het Hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
  2. goede wijn behoeft geen krans (=iets wat goed is Hoeft niet geprezen worden)
  3. Als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=Ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet Hoeft)
  4. Je mag wel alles eten, maar niet alles weten. (=Ik Hoef je niet alles te vertellen.)
  5. krakende wagens lopen/rijden het langst (=nieuw Hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
  6. aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord Hoeft te verwachten)
  7. wie een varken is moet in het schot (=wie voor het ongeluk geboren is, Hoeft geen geluk te verwachten)
  8. binnen zijn (=zoveel verdiend hebben dat iemand niet meer Hoeft te werken)
  9. in goede dorpen zijn/geraken (=zoveel verdiend hebben dat iemand niet meer Hoeft te werken)

Het dialectenwoordenboek kent 43 spreekwoorden met ` Hoef`

  1. Liwwadders: hoefst niet te wete, juh (=laat maar)
  2. Sevenums: paerd scherp zetten (=paard schroeven onder Hoefijzers doen bij gladheid)
  3. Hardinxvelds: Da mok nie (=Dat Hoef ik niet)
  4. Brabants: 'k zit nie op unne skupstoel (=ik Hoef niet weg)
  5. Alblasserdams: neent, je Hoef voor mijn nie op te rijze (=nee, je Hoeft voor mij niet op te staan)
  6. Munsterbilzen - Minsters: ne noaten hond ès rap berèngert (=wie altijd goesting heeft,hoef je niet te overtuigen..)
  7. Munsterbilzen - Minsters: ich hoch temèt geaete en gedroenke (=toen Hoefde het niet meer)
  8. Bilzers: zwijg stil; zwijg stillekes-e-stil (=dat Hoef je mij niet te vertellen)
  9. Westfries: die? die vund z'n kaai (=over hem Hoef je je geen zorgen te maken)
  10. Liwwadders: ut Hoeft niet flug as ut maar un bitsje flot gaat (=je Hoeft je niet te haasten (sarcastisch))
  11. Berlicums: Waotter dègge jankt, Hoefde nie te pisse! (=Huil maar gerust, dat lucht op!)
  12. Tilburgs: hij Hoeft nie op enen bos peeje te kèèke (=hij Hoeft niet zuinig aan te doen.)
  13. Antwerps: t' stekt nie nauw (=het Hoeft niet perfect te zijn)
  14. Westerkwartiers: dat huuft echt niet heur (=dat Hoeft echt niet hoor)
  15. Liwwadders: dat hoestou niet te wille, juh (=laat maar zitten (hoeft niet))
  16. Westerkwartiers: huuf'st mij niet loov'm (=je Hoeft mij niet te geloven)
  17. Mestreechs: hoove, dat hoof neet (=hoeven, dat Hoeft niet)
  18. Liwwadders: daar hew ik gien ferlet fan (=dat Hoef je voor mij echt niet te doen)
  19. Weerts: gae zultj van mien cente gein koêle pisse (=van mij Hoef je niks te verwachten)
  20. Munsterbilzen - Minsters: ich Hoef geen honned te wiëne, niëge-en-niëgetëg ès genoeg (=steenoud Hoef ik niet te worden !)
  21. Eindhovens: Hedde nei Hoef? (=Heb je nieuwe schoenen?)
  22. Gronings: as't nait huift, loat den mor (=als het niet Hoeft, laat dan maar zitten)
  23. Budels: ge Hoeft nè alles oet de bus te bloazen (=je Hoeft niet alles te verklappen)
  24. Oudenbosch: ijee kiend noch kraai (=hij Hoeft voor niemand te zorgen)
  25. Waregems: 't en e(s) niemer nooëdig (=het Hoeft niet meer)
  26. Steins: Dat kump neet zoea nej ! (=Dat Hoeft niet zo precies !)
  27. Oudenbosch: ze bijte allemaol wel as ze brood zien en das tijd genog (=je Hoeft niet bang te zijn om over te schieten)
  28. Kinrooi: Es te de waorheid vertèls hoofs te gein leuges te ónthaoje! (=Wanneer je de waarheid vertelt Hoef je geen leugens te onthouden!)
  29. Zeeuws: 't Gae nie mi d'n staende waegen (=Het Hoeft niet zo vlug, je kunt er de tijd voor nemen)
  30. Steins: Dènke mòste aan e paerd euverlaote (dat haet eine groeatere kop) (=Jij Hoeft niet mee te denken!!)
  31. Bilzers: doë hébste geen imkiekes noë (=daar Hoef je niet naar om te zien)
  32. Munsterbilzen - Minsters: da kump zoe naa ( krek ) nie, asset mèr zjus ès (=dat Hoeft niet zo precies)
  33. Oudenbosch: ghoef jeulemaol nie zoone toot te trekke (=je Hoeft helemaal niet zo verongelijkt te kijken)
  34. Bilzers: beege ésnie braeke, wae geen slaeg kraajg Hoef nie te kaeke (=zijn ongelijk bekennen is wijzer dan vechten voor zijn gelijk)
  35. Liemers: De geestelijkheid hiel toen de minse ze bang - de ontvangers hiel de minse toen arm - de schoolmeisters hiel de minse toen dom - en de baze hiel de de minse toen muuj - Zo zat de feodale samelaeving in de Liemers toendertied now eenmaol in mekaar dah `t nie anders könte. (=Zwaar werken Hoef je niet meer zoals vroeger.)
  36. Maas en waals: dê kum niet zoh nauw (=dat Hoeft niet zo precies)
  37. Liwwadders: laat maar sitte, juh (=het Hoeft voor mij niet meer)
  38. Eindhovens: G'oeft gin land te hebbe um boer te zen (=men Hoeft geen land te hebben om een boer te zijn)
  39. Roermonds: Haaj 'em maar neet in ! (=Je Hoeft je buik niet in te trekken)
  40. Westerkwartiers: commandeer dien hond en blaf zelf (=je Hoeft mij niet te commanderen)
  41. Munsterbilzen - Minsters: tès ocherm mër en haendsje vol (=met die kleintjes Hoeft ze niet te bluffen)
  42. Kinrooi: De hoofs neet de bèste te zeen es te mer good dien bèst duis! (=Je Hoeft niet de beste te zijn als je maar goed je best doet!)
  43. Tilburgs: stao naa mar nie te kwèèke t-is naa toch immel gebeurd (=je Hoeft nu geen berouw meer te tonen er is toch niets meer aan te doen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen