Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Het is`

  1. al draagt een aap een gouden ring, Het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  2. botertje aan de boom zijn / Het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
  3. weten hoe laat Het is (=weten hoever het staat)

21 betekenissen bevatten ` Het is`

  1. het smelt als boter in de mond (=(van eten) Het is erg mals)
  2. de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar Het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  3. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan Het is)
  4. iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : Het is de moeite niet, Het is te weinig)
  5. het kan er mee door (=het gaat wel, Het is aanvaardbaar)
  6. het is op een oor na gevild (=het is bijna klaar. Het is bijna achter de rug)
  7. het is bar en boos (=het is heel erg; Het is heel slecht)
  8. het is bij de (wilde) beesten af (=het is verschrikkelijk; Het is schandalig)
  9. er is reuk noch smaak aan (=het is weinig waard, Het is niet interessant)
  10. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; Het is logisch; Het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  11. het is maar een strovuurtje (=het ziet er erg uit, maar Het is snel voorbij)
  12. hoe meer zielen, hoe meer vreugd (=hoe meer mensen er bij zijn, hoe leuker dat Het is)
  13. van tijd noch uur weten (=hoegenaamd niet weten hoe laat Het is - altijd te laat komen)
  14. iets bij de roes kopen (=iets kopen in de staat zoals Het is)
  15. iets blauw blauw laten (=iets maar laten voor wat Het is, er niet meer over praten)
  16. iets bij de roes verkopen (=iets verkopen in de staat zoals Het is)
  17. wie zichzelf bewaart, bewaart geen rotte appel (=je moet voorzichtig omgaan met jezelf, want Het is niet vervangbaar)
  18. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe Het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  19. hij is voor zijn roodkoperen (=oud Haags voor: Het is allemaal piekfijn in orde)
  20. wat voor vlees men in de kuip heeft (=wat voor iemand (of iets) Het is)
  21. weten wat de klok slaat (=weten hoe laat Het is)

Het dialectenwoordenboek kent 3677 spreekwoorden met ` Het is`

  1. Gils: ge mot er zelf aachterkommen (=je moet hetzelf ontdekken)
  2. Drents: Ien over 't mat kommen (=Iemand op heterdaad betrappen)
  3. Overijses: in tets komme (=op heterdaad betrapt)
  4. Texels: best gaan (=het gaat goed)
  5. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  6. Sint-Niklaas: 't is ont vurreten (=het is heter aan het worden)
  7. Budels: iemud op de nèst vangen (=iemand op heterdaad betrappen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: attrapieëre (=op heterdaad betrappen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: opt nès gevange (=op heterdaad betrapt)
  10. Veurns: op ze nest epakt zien (=op heterdaad betrapt zijn)
  11. betuws: krek ut ègustu (=precies hetzelfde)
  12. Munsterbilzen - Minsters: oppet nès vange (=op heterdaad betrappen)
  13. Waregems: gesleeën deur d'hitte/ overdoan van 't woarm were (=aangeslagen door het hete weer)
  14. Lopiks: Ik hetter bar wainig zin in joh (=Ik heb er niet echt veel zin in)
  15. Westerkwartiers: dat wichtje hetr snöt ien 'e kop (=dat meisje is pienter)
  16. Antwerps: hetscheufke geve (=iemand niet binnen laten)
  17. Vilvoords: tes waal vanda (=het is altijd hetzelfde)
  18. Oudenbosch: en zo gaogut ok mee (=hetzelfde is het geval met)
  19. Munsterbilzen - Minsters: minslief, laef vendaog (=heb in 't leven eerder spijt van hetgeen je NIET gedaan hebt)
  20. West-vlaams: de hetten an en (=aangeschoten zijn)
  21. Geels: hij heter zijne keis bij in geschoten (=iemand die gestorven is)
  22. Lauws: ge zi gie zekerst zot! (=Ik ben van mening dat hetgene u vertelt nonsens is.)
  23. Weerts: Gae hetj 'ne kop of dej-je de hel geblaoze hetj (=Iemand met een bezweet hoofd)
  24. Bilzers: ich hüb se laeve vër heter viere geston (=het kon nog erger zijn)
  25. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  26. Texels: De ruûf hangt deer hóóg (=Ze zijn daar arm, Het is daar armoedig)
  27. Tilburgs: eush (=hetgeen u mij nu verteld verbaast mij ten zeerste)
  28. Oudenbosch: gij verbraant daore op oew ziel (=je branden aan heter dan gloeiendheet)
  29. Tilburgs: swirskaante inder (=aan beide zijden hetzelfde)
  30. Munsterbilzen - Minsters: das ene pot naot (=werkt onder hetzelfde hoedje)
  31. Ossies: hij zit te kijke es 'n hiete gelt die in 't stroi zêkt (=hij zit te kijken als een hete gelt die in het stro plast)
  32. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb al vër heter viere geston (=ik heb al erger meegemaakt)
  33. Westerkwartiers: 't is van 't zulfde loak'n 'n pak (=het komt op hetzelfde neer)
  34. Westerkwartiers: hij is uut 't zulfde holt sneed'n (=hij is van hetzelfde soort)
  35. Aalsters: vansgeloiken (=voor jou hetzelfde)
  36. Weerts: gae hetj nog te völ haor op eure kop um mei-j te kalle (=iemand met geen ervaring)
  37. Munsterbilzen - Minsters: nen aop it geen niëtsjes aster benane te krijge zin (=je houdt je aan hetgeen je goed kent)
  38. Westerkwartiers: d'r is doar weineg varioatie (=het is daar altijd hetzelfde)
  39. Kastels: Me Sint-Jan zoe hiët ast kan , en me Sinte-Peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-Jan zo heet als het kan , en met Sint-Peter is het nog heter.)
  40. Tilburgs: krèk haorinder utzèllefde (=precies hetzelfde)
  41. Aalsters: ge hetj licht op (=je hebt een snottebel aan je neus hangen)
  42. Munsterbilzen - Minsters: hae kos zen haan wol ès verbranne (=de mijnwerker haalde de hete kolen uit het vuur)
  43. Weerts: gae mótj uch wieëte te behelpe in eur êrremooj, ânges zeejje neet waert dejje ze hetj (=tevreden zijn met wat je hebt)
  44. Munsterbilzen - Minsters: tkümp ammel oppet zelfste daol (=het gaat om hetzelfde)
  45. Gronings: t is ain mouders goud (=het is allemaal hetzelfde)
  46. Munsterbilzen - Minsters: op hete koeële zitte (=gehaast zijn)
  47. Munsterbilzen - Minsters: hete koeële zitte (=ongeduldig zijn)
  48. Riemsts: hete sjup! (=Wat een begeerlijke Vrouw)
  49. Sint-Niklaas: op hete kolen zitten (=zeer ongeduldig zijn)
  50. Bilzers: das zjus prêl (=dat is precies hetzelfde)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen