Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


105 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Hee`

  1. alle tij Heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde)
  2. als de kat om de hete brij Heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
  3. als het hemd scheurt dan Heeft het een gat (=wees niet vooraf al nodeloos bezorgd)
  4. als het kind maar een naam Heeft (=passend of niet, je moet het kunnen noemen (een naam geven))
  5. als het voeten Heeft (=als de omstandigheden gunstig zijn)
  6. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee Heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  7. aprilletje zoet, Heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  8. dat Heeft nogal wat voeten in de aarde (=dat is moeilijk te realiseren)
  9. De admiraal Heeft geschoten. (=De gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
  10. de berg Heeft een muis gebaard (=ondanks de grote beloften is er vrijwel niets van terecht gekomen)
  11. de kat Heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  12. de kat van de bakker Heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  13. de ochtendstond/morgenstond Heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
  14. de soep wordt nooit zo Heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  15. de tijd Heelt alle wonden (=na lange tijd zal de pijn vanzelf over gaan)
  16. denken moet je aan een paard overlaten, dat Heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  17. die Heeft een graat in z'n keel (=hij is (spreekt) bekakt)
  18. die het breed Heeft, laat het breed hangen (=als iemand veel geld heeft kan die veel bezitten)
  19. die het grootste hoofd Heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
  20. die het lang Heeft laat het lang hangen (=wie veel geld heeft, kan ook veel geld uitgeven)
  21. Die zijn pap gemorst Heeft kan niet alles weer oprapen (=Schade kan nooit geheel worden goedgemaakt)
  22. een brutaal mens Heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  23. een garnaal Heeft ook een hoofd (=schertsend gezegd van een kind dat koppig aan zijn mening vasthoudt)
  24. een goed begin Heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  25. een goed verstaander Heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  26. een handwerk Heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  27. een harde knoest Heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  28. een Heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
  29. Een snijder Heeft maar een darm. (=Spotternij van boeren, die veel meer eten dan de kleermaker.)
  30. elk huisje Heeft z'n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  31. elke dag Heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
  32. elke gek Heeft zijn gebrek (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
  33. elke ketter Heeft zijn letter (=ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
  34. elke medaille Heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  35. elke zot Heeft zijn eigen marot (=iedereen heeft ook minder goede eigenschappen)
  36. er geen spaan van Heel laten (=iets compleet vernielen)
  37. er is meer dan een koe die blaar/bles Heet (=de mening van anderen telt ook)
  38. ergens Heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  39. eruit zien of men een paal ingeslikt Heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
  40. geef een man een vis dan Heeft hij die dag te eten (=je kunt iemand beter leren vissen dan heeft hij z`n leven lang vis te eten)
  41. geen zorgen voor morgen, elke dag Heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  42. gevulde Heer (=rond zandgebak)
  43. het Heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  44. het Heertje zijn (=in zijn nopjes zijn)
  45. het ijzer smeden als het Heet is (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
  46. het is een slechte muis die maar een hol Heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
  47. het laatste hemd Heeft geen zakken (=je kunt niets meenemen als je dood gaat (laatste hemd = doodshemd))
  48. Hij Heeft aardappelbloed (=Hij ziet er ongezond uit)
  49. hij Heeft bot gegeten (=hij is dom geboren en dat zal hij wel blijven ook)
  50. Hij Heeft de meeste aardappelen al gegeten (=Hij heeft al veel meegemaakt, hij leeft al lang)

231 betekenissen bevatten ` Hee`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo Heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. De kruik gaat zolang te water tot zij barst (=1: Alles Heeft zijn beperkingen. 2: De onvoorzichtige die niet naar goede raad wil luisteren ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen)
  3. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan Heeft))
  4. met de paplepel ingeven (=al Heel jong iets leren)
  5. jaar en dag (=al Heel lange tijd)
  6. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich Heen krijgen)
  7. alle tij heeft zijn weertij (=alles Heeft een keerzijde)
  8. Wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=Alles Heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  9. de volle laag krijgen (=alles over zich Heen krijgen)
  10. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen Heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  11. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management Heeft)
  12. als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd Heeft, durven anderen ook wel)
  13. die het breed heeft, laat het breed hangen (=als iemand veel geld Heeft kan die veel bezitten)
  14. honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger Heeft, smaakt alles)
  15. Men moet de schapen scheren maar niet villen (=Als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert Heeft men niets meer voor in de toekomst)
  16. draaien als een molen (=altijd meegaan met de Heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  17. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik Heel veel negatieve dingen over vertellen)
  18. iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen Heeft)
  19. het is daar armoe troef (=daar Heerst grote armoede)
  20. Daar zijn de daken met vlaaien bedekt (=Daar is men rijk / Daar Heeft men overvloed)
  21. dat snijdt geen hout (=dat Heeft er niets mee te maken; het bewijst niets)
  22. dat is lariekoek (=dat Heeft iemand verzonnen)
  23. zo gaan er twaalf in het dozijn (=dat Heeft weinig waarde)
  24. zo gaan er dertien in een dozijn (=dat Heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
  25. dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al Heel oud)
  26. dat is andere koek (=dat is Heel iets anders)
  27. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is Heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  28. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een Heel klein beetje)
  29. dat is ook geen heksen (=dat is wel Heel gemakkelijk)
  30. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je Heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  31. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, Heeft hij nog nooit van gehoord)
  32. dat komt als mosterd na de maaltijd (=dat komt op een moment dat het geen nut meer Heeft)
  33. dat scheelt een slok op een borrel (=dat scheelt Heel wat)
  34. De admiraal heeft geschoten. (=De gastheer Heeft het sein gegeven te gaan eten.)
  35. Eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=De invloed van een vrouw is Heel sterk)
  36. fris gewaagd is half gewonnen (=de moedigste Heeft de meeste kansen om iets te winnen)
  37. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde Heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  38. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
  39. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem Heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
  40. hij heeft met een zilveren (of gouden) hengel gevist (=die Heeft vis gekocht in plaats van gevangen. Ook: met bedrog zijn doel bereiken)
  41. zij hebben een te grote broek aangetrokken (=die organisatie Heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed Heeft)
  42. die twee lijken als twee druppels water op elkaar (=die twee lijken Heel erg op elkaar)
  43. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan Heeft, krijgt de beloning niet)
  44. zijn handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld Heeft)
  45. woord houden (=doen wat iemand beloofd Heeft)
  46. zijn woord gestand doen (=doen wat iemand beloofd Heeft)
  47. iemand de les lezen (=duidelijk zeggen dat iemand iets verkeerds gedaan Heeft)
  48. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een 'parvenu' Heeft dikwijls kapsones)
  49. als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een 'parvenu' Heeft dikwijls kapsones)
  50. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan Heeft)

Het dialectenwoordenboek kent 1428 spreekwoorden met ` Hee`

  1. Bocholtz: heengenerum (=achterom)
  2. Oudenbosch: tis gemaauw en-t blef gemaauw (=rondom Heemkundige duidingen)
  3. Lovendegems: zijne stirt intrekken (=beschaamd Heengaan*)
  4. Bachten de kupes: jis upden dril (=hij is ergens Heengegaan)
  5. Giethoorns: Dat brood is zo dreuge as Sunterklaos zien gat (=Sinterklaas is Heeeel oud)
  6. Gents: euw schuppe afkuischen (=weggaan , Heengaan)
  7. Giesbaargs: in de zeevesten Heemel (=gelukkig)
  8. Antwerps: der ei iëne in zaaine vinger gesneeje (=iemand Heeeft een wind gelaten)
  9. Bilzers: daaj hoch al viël wotterkes dërzwoemme (=zij had al Heelwat meegemaakt)
  10. Tilburgs: heeget geonweerd as de verrèkkenis ! (=heeft het geonweerd nou en of !)
  11. Ursels: hij Heefd een toakelinge gehad (=hij is zwaar ziek geweest)
  12. Bilzers: him zene kwaffeûr és op vakantse (ént hospitaol) (=hij Heefthi lang en onverzorgd haar)
  13. Roermonds: Hae haet ein kuit wiej ein Heep (=Hij Heeft een forse neus)
  14. Enschedees: ie beent Heelmoal vaan't rabbat (=ik ben van slag)
  15. Zeeuws: t hoeng van Heef zm draad (=ruimte)
  16. Zeeuws: heef tzem draad (=geef ze van katoen)
  17. Westerkwartiers: heed'n mien toetpott'n (=wel verdraaid)
  18. Tilburgs: hè Heej aatè prèès!! (=hij Heeft altijd geluk !!)
  19. Rijsbergs: ik ben Heemaol tenne/ik ben afleggeskloar (=Ik ben uitgeput.)
  20. Boakels: heejier op in (ook: tin in) (=hier op aan)
  21. Zunderts: ik ben Heemaol tenne/ik ben afleggeskloar (=ik ben uitgeput)
  22. Lunters: hut is Heeltonttaard (=uit de hand gelopen)
  23. Turnhouts: haai Heed een klets gepakt (=Hij Heeft een verkoudheid opgedaan)
  24. Bocholtz: ich joan noa Heem (=ik ga naar huis)
  25. Veens: 't is Heej bar (=het is verschrikkelijk)
  26. Balens: mee Heejel de reutemeteut (=met alles erop en eraan)
  27. Horster: heej haet de klets te pakke/ Heej is erug verkelt (=hij is erg verkouden)
  28. Mestreechs: iew, door de iewwe Heer (=eeuw, door de eeuwen Heen)
  29. Olens: Ha Hee hiejel het bed ondergezèkt (=Hij Heeft Heel het bed ondergeplast)
  30. Twents: heehef 't hemd kort veur de boks, bokse zitten. (=Hij is snel boos)
  31. Kaatsheuvels: Hij Heej altij goeie praot (=Hij Heeft altijd een leuk gesprek)
  32. Texels: Hee lóópt os een mál skéép (=Iemand die doelloos Heen en weer loopt)
  33. Zeeuws: da hoeg van Heef z m draad (=vlug)
  34. Tilburgs: hij Heej unnen aorege sènt te vertèère. (=hij Heeft tamelijk veel geld.)
  35. Tilburgs: ut bluujke Heej kaaw vuutjes (=het kindje Heeft koude voetjes)
  36. Ransts: Dië Heed ok een laakbiddersgezicht (=Hij kijkt zeer somber)
  37. Giesbaargs: dingelkes pissen out den Heemel , kerremesse in delle (=zon schijn terwijl het regent)
  38. Tilburgs: hij Heeget hòòg in z'n neusgaote: hij prot van sebiet in plots van zommedeene (=hij denkt dat hij Heel wat voorstelt)
  39. Twents: hee hef 'n bestn skoer op / Hee is al aardig dikke / Hee hef de koar vol (=hij is erg dronken)
  40. Tilburgs: die gèld Heej kan hèùze bouwe die gin gèld Heej kan stêene sjouwe. (=het is ongelijk verdeeld in de wereld)
  41. Lovendegems: `z` Hee heur vodden (=Menstruatie*)
  42. Westerkwartiers: doar benn'n ze Heelhuuds oafkomm'm (=daar zijn ze zonder kleerscheuren afgekomen)
  43. Tilburgs: hij Heej vusteveul noote op zene zang (=hij is te veeleisend.)
  44. turnhouts: Haai Hee een klets gepakt (=Hij Heeft een verkoudheid opgedaan)
  45. Wetters: Hij Hee zijnen neuze veurbij geklapt (=Hij Heeft te veel gezegd)
  46. Rillaars: Hee z'n oage doeëdgewrut. (=Hij Heeft zich doodgewerkt.)
  47. Turnhouts: Diejen Hee e groeut blad (=Die Heeft een grote mond)
  48. Geels: stroont, wie Hee aa geschete (=die vrouw Heeft veel allures)
  49. Heemskerks: je paadje inkorten (=slapen)
  50. Twents: Wel te late is opstoan, möt n Heeln dag op n draf goan (=Achter de feiten aanlopen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen