Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Gene`

  1. aan Gene zijde van het graf (=na de dood)
  2. beter voorkomen dan Genezen (=je kan beter iets voortijdig voorkomen dan er later de gevolgen van inzien)
  3. van nul en Generlei waarde (=waardeloos)
  4. voorkomen is beter dan Genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen)

6 betekenissen bevatten ` Gene`

  1. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden Genegeerd)
  2. aan de beterende hand zijn (=langzaam Genezen, herstellen)
  3. Een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=Men is Geneigd andermans spullen te misbruiken)
  4. een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar Genezen duurt lang)
  5. niet in tel zijn (=niet belangrijk genoeg zijn of Genegeerd worden door anderen)
  6. Een ziekte komt te paard en gaat te voet. (=Snel ziek worden, maar langzaam Genezen)

Het dialectenwoordenboek kent 78 spreekwoorden met ` Gene`

  1. Zichers: genein nemé zegge (=verbaasd zijn)
  2. Waregems: bille bij ouwn (=iemand Genegen blijven om iets te verkrijgen)
  3. Sint-Niklaas: van oantrok zin (=veel Genegenheid krijgen)
  4. Brugs: j'is in ze gat Genepen (=hij is gestoord)
  5. Brugs: met e Genepen gatjie zitten (=bang zijn)
  6. Moorsel: (z)oë es ni op ze gat gedoëpt (=Zij/hij is Genen dommerik)
  7. Ronsisch: Geneipen zieten (=Het geldelijk moeilijk hebben)
  8. Brakels: geneerd' ou ewat? (=vind je het leuk?)
  9. Opglabbeeks: det gèt iever zoender op bedevaart te guun (=het Geneest vanzelf)
  10. Sint-Niklaas: genen enen (=geen enkele)
  11. Sint-Niklaas: das Genen uil (=hij is niet dom)
  12. Liedekerks: e eit Genen naugel ve o ze gat te krabben (=hij is arm)
  13. Bilzers: doë kraeët Genen haon hiën (=dat vergeet iedereen)
  14. Graauws: genen puit te biechten hebben (=niets in te brengen hebben)
  15. Bilzers: on klaogers Gene naud (=klagers genoeg)
  16. Munsterbilzen - Minsters: gene mwajae (=hopeloos)
  17. Munsterbilzen - Minsters: doë kraet Genen haon hiën (=daar let niemand op)
  18. Bachten de kupes: he Genen nagel voe zen gat te krabben (=heeft geen geld)
  19. Aspers: ze aas uuk van Genen oaze gepoept (=ze is een beetje traag)
  20. Sint-Niklaas: gene rotten bal ein (=geen rooie duit hebben)
  21. Sint-Niklaas: das Gene mutten (=die is slim)
  22. Bilzers: gene stamp onder zen kloete wiëd zin (=die is waardeloos)
  23. Munsterbilzen - Minsters: gene zak doen (=niets verrichten)
  24. Bilzers: doë geet Genen haon noë kraeë (=daar hoor je nooit nog van)
  25. Sint-Niklaas: gene rotten bal ein; Gene noagel ein vur in zè gat te kraan (=geen rooie duit hebben)
  26. Munsterbilzen - Minsters: pak nen aandre waaj ter ès, doë ès Genen aandre (=in de liefde ben je niet kieskeurig)
  27. Mechels (NL): A Gene Voeleboán (=Bos bij Mechelen)
  28. Munsterbilzen - Minsters: gene frang op zen kloete (=blut)
  29. Bilzers: tès Gene proëpere (=die is niet clean)
  30. Munsterbilzen - Minsters: da hilt Gene stiek (=dat klopt helemaal niet)
  31. Bilzers: hae hèt Gene roje op zen kloete (=hij is blut)
  32. Munsterbilzen - Minsters: gene krimp gaeve (=niets laten merken)
  33. Munsterbilzen - Minsters: gene kop tron krijge (=niet snappen)
  34. Munsterbilzen - Minsters: das Gene zievere (=die vertrouw ik niet)
  35. Munsterbilzen - Minsters: vannen bierton konste Gene wijn tappe (=hij is niet slimmer)
  36. Munsterbilzen - Minsters: das Gene zievere (=hij is niet te vertrouwen)
  37. Bornems: deen ei Gene naugel veu on zen gat te krabbe (=hij heeft geen geld)
  38. Sint-Niklaas: das nie fet; das Gene vetten (=dat resultaat valt tegen)
  39. Roeselaars: je koste Gene puut von de rooster elpen (=niets kunnen doen)
  40. Bilzers: gene frang op zen kloete hübbe (=berooid zijn)
  41. Munsterbilzen - Minsters: da wiët Gene mins (=dat mag Joost weten)
  42. Bilzers: tés Gene gemaekelëke (=die slikt niet alles)
  43. Munsterbilzen - Minsters: kak of Gene kak, de pot op ! (=goesting of geen, vooruit !)
  44. Sint-Niklaas: ké Gene rotte kluit nie meer (=ik ben platzak)
  45. Munsterbilzen - Minsters: doë gaef ich Gene sikkepit üm (=daar geef ik niets om)
  46. Bilzers: Hèë ès Gene stamp onner zen kloete wieët (=dat is een lamzak)
  47. Bilzers: gene rotte bal én zen maol hübbe (=geen frank op zak hebben)
  48. Sint-Niklaas: dor èk Gene pak op (=iets niet kunnen vatten, begrijpen)
  49. Munsterbilzen - Minsters: das ook Gene vètte (=dat brengt ook niet veel op)
  50. Munsterbilzen - Minsters: tès ammel Gene rozegiër en moënesjijn (=niet alles is wat het lijkt)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen