Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` ENE`

  1. Aan de ENE voet een schoen, de ander blootvoets (=Evenwicht is voornaamst)
  2. Als de ENE blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=Wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  3. als de ENE hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  4. De ENE bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=Men is bang voor concurrentie)
  5. de ENE dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  6. de ENE kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze benadelen elkaar niet)
  7. De ENE pijl de andere nazenden (=Een dwaze of nutteloze daad herhalen)
  8. Eten is een goed begin: het ENE beetje brengt het ander in. (=Letterlijke betekenis.)
  9. Geloof nooit iemand die in de ENE hand water en de andere hand vuur draagt (=Wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  10. het ENE gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
  11. het ENE oor in, het andere weer uit (=het wel horen en meteen weer vergeten)
  12. het ENE woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  13. het zijn vogels van ENErlei veren (=ze zijn eender)
  14. Niet van het ENE brood tot het andere weten te geraken (=Niet rond kunnen komen)
  15. op elkaar lijken als het ENE ei op het andere (=goed op elkaar lijken)

7 betekenissen bevatten ` ENE`

  1. het ene woord haalt het andere uit (=als de ENE persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  2. een aflossing van de wacht (=een vervanging van de ENE persoon door een andere)
  3. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om ENErgie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  4. het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ENE schuld de andere af te lossen)
  5. een put maken om een andere te vullen (=met de ENE lening de vorige afbetalen)
  6. het is hollen of stilstaan (=van het ENE uiterste in het andere belanden)
  7. hollen of stilstaan (=van het ENE uiterste in het andere vallen)

Het dialectenwoordenboek kent 97 spreekwoorden met ` ENE`

  1. Vechtdals: lam(lennig) in de bottn. (=energieloos, futloos)
  2. Genneps: 't Mit mekaor ovverèn ha.lde (=Enen lijn trekken)
  3. Sint-Niklaas: ei is effenaf (=het is er ENEn zonder complimenten)
  4. Sint-Niklaas: genen ENEn (=geen enkele)
  5. Gils: 't innige goeie dah uit Rijen komt, is de bus naor Gils (=het ENEige goed dat uit rijen komt,is de bus naar gilze)
  6. Sint-Niklaas: in ENEn keer was ei riebedebie, in ENEn keer was ei de piest in (=hij was ineens weg)
  7. Tilburgs: dès mar ENEn bòlscheut wèèd (=dat is niet ver weg)
  8. Zeeuws: ie kan twi stie-enen doen vechten (=dwarsligger)
  9. Twents: enen de moat nehm (=een opmeten/ harde maatregelen nemen.)
  10. Zeeuws: kheloof at vlie-es beter is as de bie-enen (=geloven)
  11. Munsterbilzen - Minsters: den ENEn i (=gelijkgezinden steunen mekaar)
  12. Tongers: das mich ne galjaar (=dat is mij der ENE)
  13. Eekloos: iene van over deizers (=ene uit het gekkenhuis)
  14. Sint-Niklaas: 't is kort van den ENEn (=het is kwart voor 1)
  15. Susters: dem sjtuk de haver (=hij heeft teveel ENErgie)
  16. Waalwijks: Hij zegt niks. Hij houdt z'n mond. (=Hij zit er ginnen ENE* (in 'ene' de eerste e als in 'beer')
  17. Brugs: Je ziet erut lik ENEn die nog nie gescheten et. (=Nors gezicht, uiterlijk)
  18. Vlijtingens: ene spierlink zie (=graatmager zijn)
  19. Tilburgs: zo schèènhèlleg as ENEn duuvel die zen èèrepel in wijwaoter kokt (=heel erg hypocriet)
  20. Peers: zoe hel es ENE din (=bikkelhard)
  21. Klings: aaulen en draaugen (=de ENE bui na de andere)
  22. Westerkwartiers: da's lood om old iezer (='t ENE is niet beter dan 't andere)
  23. Venloos: in 't duuster sien alle katers zwart (=geen ENE man is beter dan een ander)
  24. Tilburgs: hij hoeft nie op ENEn bos peeje te kèèke (=hij hoeft niet zuinig aan te doen.)
  25. Tilburgs: enen hakdòl drèèfde aon meej un piske, ENEn drèèftol meej un zwipke. (=een haktol drijf je aan met een peestouwtje, een drijftol met een zweepje.)
  26. Westerkwartiers: 't is net of de duvel d'r met speult (=het ENE na het andere gaat mis)
  27. Westerkwartiers: van proat komt proat (=het ENE verhaal haalt het andere uit)
  28. Walshoutems: ene torpedo frain (=Achterrem van een fiets)
  29. Munsterbilzen - Minsters: mèt ENE voet èn et graof (=bijna dood)
  30. Bilzers: ene kloêt aoftrèkke (=een loer draaien)
  31. Brabants: Hij zee ter ginne ENE (=Hij zei niets)
  32. Tilburgs: zen schaaj is ENE kòp brêed (=hij is kaal)
  33. Sittards: van den eine kantj...van den angere kantj (=van de ENE kant... van de andere kant)
  34. Genneps: ene krangsen hond (=eem koppig, tegendraads persoon)
  35. Nuths: Ete es ENE sjurendescher (=Eten als een paard.)
  36. Genneps: un stem als ENE zeikkelder (=Een welluidende bariton)
  37. Munsterbilzen - Minsters: das ENE knojboel (=dat is knoeiwerk)
  38. Nuths: dat wour ENE daakhaas (=kat in de pan.)
  39. Munsterbilzen - Minsters: koekoek ENE zang (=dat is egaal)
  40. Nuths: `t is ENE gie,edoe,ed. (=Dat is een gluipert.)
  41. Baasrode: Der ENE goan zjabberen. (=Er eentje gaan drinken.)
  42. Sint-Niklaas: ene loate vliegen (=een wind laten)
  43. Kortrijks: ie was ENE canard (=Hij was erg zat)
  44. Sint-Niklaas: ene mè kluiten (=een rijk iemand)
  45. Munsterbilzen - Minsters: èn ENE pot pisse (=onder één hoedje spelen)
  46. Walshoutems: ene bloedoepdrang krijgen (=Onwel worden, bewusteloos gaan)
  47. Hulsters (NL): ene zain vel afstropen (=iemand afzetten)
  48. Vlijtingens: de iets wei ENE schieredjasser (=je eet teveel)
  49. Oudenbosch: deur de kurdons ENE (=over de moeilijkheden heen)
  50. Antwerps: ene zonder vel gaan draaien (=naar het toilet)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen