Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Bijt`

  1. aan de vishaak Bijten (=zich laten vangen, toehappen)
  2. blaffende honden Bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
  3. de duiten Bijten hem (=hij verspilt zijn geld)
  4. dode honden Bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
  5. een vreemde eend in de Bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  6. er komen met krabben en Bijten (=er met heel veel moeite komen)
  7. hij zou een oortje in vieren Bijten (=hij is erg gierig)
  8. hongerige luizen Bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
  9. iemand iets in het oor Bijten (=iemand iets op bitsige wijze influisteren)
  10. in het zand Bijten (=tegenstand verduren / verliezen)
  11. magere luizen Bijten scherp (=met de armsten heb je de meeste last)
  12. Op de magerste paarden Bijten de dazen. (=Arme mensen hebben vaak pech)
  13. op een houtje Bijten (=honger hebben)
  14. zich op de lippen Bijten (=zich inhouden (niet lachen of kwaad worden))
  15. zijn eigen luizen Bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen kinderen)

2 betekenissen bevatten ` Bijt`

  1. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een Bijt is een opening in het ijs))
  2. haar op de tanden hebben (=van zich af kunnen Bijten)

Het dialectenwoordenboek kent 55 spreekwoorden met ` Bijt`

  1. Bilzers: sjoech 't ès kaad! sjoech sjoech, Peiterke Ploeg, lêpke laer, ('t ès) kaad waer! (=het is Bijtend koud)
  2. Munsterbilzen - Minsters: e knepke èn twei Bijte (=spaarzaam zijn)
  3. Bilzers: kentsje Bijte, breidsje rijke (=spaarzaam zijn op vlees)
  4. Munsterbilzen - Minsters: aut zene kroeëm koeëme (=van zich af Bijten)
  5. Munsterbilzen - Minsters: zen taan lotte zien (=van zich af Bijten)
  6. Dongens: bettieakkumaai? (=bijt hij als ik hem aai?)
  7. Bornems: Bettemakemaai (=Bijt hij als ik hem streel)
  8. Turnhouts: Betemakoemaai (=Bijt hij als ik hem aai)
  9. Munsterbilzen - Minsters: de moestich mèr dër dae zoeren appel hieën Bijte (=de volhouder wint)
  10. Veurns: Op ze sjieke biet'n (=Op zijn tanden Bijten)
  11. Veurns: oen(d)s die bass'n biet'n nieë (=blaffende honden Bijten niet)
  12. Prinsenbeek: bettie akkum aai (=bijt hij als ik 'm aai)
  13. Zeeuws: biet'n ak 'n aaie (=bijt hij als ik hem aai)
  14. Terneuzens: Biet ie ak em aai (=Bijt hij als ik hem aai)
  15. Slands: Bit tie as k m ai (=Bijt hij als ik hem aai)
  16. Betuws: Bet ie akkem aoi? (=Bijt hij als ik hem aai?)
  17. Brabants: bet ie ek um aai (=bijt hij als ik hem aai)
  18. Bergs: bettie akkemaai (=bijt hij als ik hem aai)
  19. Kaatsheuvels: Bèttie akkem aai? (=Bijt hij als ik hem aai?)
  20. Bosch: Bettie akkumaai (=Bijt hij als ik hem aai.)
  21. Tilburgs: bettieakkumaai? (=Bijt hij als ik hem aai?)
  22. Bilzers: kentsje Bijte, brijtsje reike (=spaarzaam zijn op vlees)
  23. Oudenbosch: deige luize Bijte ut taarst (=van je familie moet je het maar hebben)
  24. Westerkwartiers: dat wordt dreuge eerabbels eet'n (=dat wordt op een houtje Bijten)
  25. Bilzers: ne gas hÛbste plezier on, esset nie Bijt koëme dan toch Bijt gon (=welgekomen, wanneer vertrek je ?)
  26. Munsterbilzen - Minsters: e knepke èn twei Bijte (=gierig zijn)
  27. Munsterbilzen - Minsters: dür de zoeren appel Bijte (=nog even volhouden !)
  28. Bilzers: kentsje reike, brijtsje Bijte (=spaarzaam zijn op vlees)
  29. Zeeuws: bietie a-k'um aei (=bijt hij als ik hem aai)
  30. Brakels (gld): bettie ek um oai (=bijt hij als ik hem aai)
  31. Ossendrechts: bettie akkemaai (=bijt hij als ik hem aai)
  32. Woensels: Bet ie ak 'm aaoi (=Bijt hij als ik hem aai?)
  33. Geels: pakt nog es e boefke! (=bijt nog eens van je boterham!)
  34. Zaamslags: Biettie ankum aai (=Bijt hij als ik hem aai)
  35. Munsterbilzen - Minsters: ne graute mond, mèr e kleen hatsje (=blaffende honden Bijten niet)
  36. Waregems: em an z'n ooëre trekk'n veur... (=hem iets in het oor Bijten)
  37. Tilburgs: bèt ie a-k um aaj (=bijt hij als ik hem aai)
  38. Bergs: bettie ak 'm aai (=bijt hij als ik hem aai)
  39. Tilburgs: bèttie akkum aai (=bijt hij als ik hem aai)
  40. Bredaas: Bettie ak um aai (=Bijt hij als ik hem aai)
  41. Zeeuws: Biet'n ak'n aai? (=Bijt hij als ik hem aai?)
  42. Munsterbilzen - Minsters: aet nog e bufke (=bijt nog eens in je boterham)
  43. Veussels: bet em ak hem aai (=bijt hij als ik hem aai)
  44. Oudenbosch: ze Bijte allemaol wel as ze brood zien en das tijd genog (=je hoeft niet bang te zijn om over te schieten)
  45. Bilzers: kentsje Bijte en vleeske rijke (=je moet spaarzaam zijn met eten)
  46. Munsterbilzen - Minsters: hel op zen toeng moete Bijte (=inslikken wat je wil zeggen)
  47. Bilzers: bijt nog effe op zen taan (=hou nog even vol)
  48. Bosch: Bettie joekel akkum aoi (=Bijt die hond als ik hem aai)
  49. werkendams: Bettie ak um aai? (=Bijt hij ( de hond/kat) als ik hem aai?)
  50. Munsterbilzen - Minsters: stoët ès stil Bijt wonder dattet laeve ès (=het leven is geen snelweg maar kleine wandelpaadjes)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen