Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


26 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Ben`

  1. Als je veel eet, dan Ben je lelijk als je dood Bent. (=Waarschuwing tegen te veel eten.)
  2. daar Ben ik mooi klaar mee (=nu heb ik een probleem)
  3. de Benen nemen (=er vandoor gaan)
  4. de Benjamin zijn (=het lievelingetje zijn)
  5. ergens geen Benul van hebben (=iets echt niet snappen)
  6. het zijn sterke Benen die de weelde kunnen dragen (=wie in weelde leeft moet oppassen om niet op het slechte pad te raken)
  7. iets Beneden zijn waardigheid achten (=iets niet willen doen omdat men vindt dat men een betere taak waard is)
  8. ik Ben geen uithangbord (=ik heb meer te doen, ik blijf niet wachten/zo staan)
  9. ik Ben Sinterklaas niet (=niet alles voor niks doen)
  10. je Bent de bovenste beste (=je bent een goeie)
  11. Je Bent om op te eten (met boter en suiker). (=Beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
  12. Je moet een paard niet doodknuppelen, voordat je thuis Bent. (=Te veel haast kan wel eens vertraging opleveren)
  13. je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug over Bent (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan)
  14. lector Benevolente (=de welwillende lezer) (Latijn)
  15. leugens hebben korte Benen (=met een leugen schiet iemand niets op, na verloop van tijd komt de waarheid altijd naar buiten)
  16. met beide Benen op de grond staan (=een realist zijn)
  17. met de Benenwagen (=te voet)
  18. nog niet op eigen Benen kunnen staan (=nog niet zichzelf volledig zelfstandig kunnen redden)
  19. nota Bene (=noteer wel) (Latijn)
  20. op de achterste Benen staan (=erg kwaad worden)
  21. op eigen Benen staan (=voor jezelf zorgen; geen hulp nodig hebben)
  22. op je laatste Benen lopen (=bijna niet meer kunnen van vermoeidheid)
  23. Paarden vallen ook al hebben zij vier Benen. (=Iedereen maakt fouten)
  24. pap in de Benen hebben (=de benen willen niet meer vooruit)
  25. quod deus Bene vertat (=laat God het ten goede keren) (Latijn)
  26. zijn kop is zwaarder dan zijn Benen (=hij is dronken (of erg moe))

48 betekenissen bevatten ` Ben`

  1. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene Bent)
  2. botten blijven platvis (=als je dom Bent dan blijf je dat)
  3. wie a zegt moet ook b zeggen (=als je eenmaal ergens aan begonnen Bent, moet je het ook afmaken)
  4. wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonnen Bent moet je er mee voortdoen)
  5. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken Bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  6. grijze haren zijn kerkhofsbloemen (=als je grijze haren krijgt, Ben je niet zo ver van het kerkhof)
  7. wie zwijgt, stemt toe (=als je het ergens niet mee eens Bent, moet je het zeggen)
  8. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, Ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  9. veel varkens maken de spoeling dun (=als je met veel Bent, moet je ook met veel delen)
  10. gissen doet missen (=als je niet zeker Bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  11. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui Bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  12. op apegapen liggen (=bijna dood of erg Benauwd zijn)
  13. ik kijk wel uit (=dat doe ik niet, daar Ben ik te voorzichtig voor)
  14. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer Ben - het zal mijn tijd wel duren)
  15. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar Ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  16. pap in de benen hebben (=de Benen willen niet meer vooruit)
  17. de spijker op de kop slaan (=de kern van de zaak Benoemen)
  18. het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf Benadelen)
  19. homo homini lupus (=de mens Benadert zijn medemens als een wolf)
  20. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste Benoemen)
  21. zij hebben een te grote broek aangetrokken (=die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de Benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed heeft)
  22. thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis Bent)
  23. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen Bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  24. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens Bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  25. acte de présence geven (=ervoor zorgen dat je ergens aanwezig Bent)
  26. Men kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=Eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek Bent.)
  27. 't Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je Benadeeld Bent geweest)
  28. hij kijkt als Jonas in de walvis (=hij zit Benauwd te kijken)
  29. iemand de zwartepiet toespelen (=iemand Benadelen)
  30. gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke Henkie Ben ?`))
  31. ergens op hameren (=iets voortdurend Benadrukken)
  32. een heilige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op Bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
  33. Ik zoek het paard, maar ik zit erop. (=Iets zoeken waar je heel dichtbij Bent)
  34. de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik Ben op goede plaatsen beland)
  35. iemands licht betimmeren (=in de weg staan - het licht Benemen)
  36. een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een Benarde situatie doet men vreemde dingen)
  37. aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt en dus heel arm Bent)
  38. je bent de bovenste beste (=je Bent een goeie)
  39. wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren Bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
  40. De boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=Je moet niet doen alsof je de beste Bent, iemand anders weet ook wel wat)
  41. na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken Ben je meestal niet meer helder van geest)
  42. zo dom als touw (=onnozelheid of domheid (als in: `Je Bent ook zo dom als touw hè?!`))
  43. zijn slag slaan (=op het goede moment de kansen Benutten, bijv. dingen kopen)
  44. oost west, thuis best (=waar je ook Bent, thuis voel je beter op je gemak)
  45. als katten muizen, mauwen ze niet (=wanneer je aan het eten Bent, praat je niet zoveel)
  46. de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze Benadelen elkaar niet)
  47. zich in de vingers snijden (=zichzelf (onbedoeld) Benadelen)
  48. zich in de eigen voet schieten (=zichzelf Benadelen)

Het dialectenwoordenboek kent 649 spreekwoorden met ` Ben`

  1. Hasselts: het Benaad krege (=het Benauwd krijgen)
  2. Merenaars: der ne skip in geven (=een Benaderende oplossing geven)
  3. Twents: ik Ben kimberley en ik Ben 15 jaar (=ik Ben kimberley en ik Ben15 jaar)
  4. Veurns: Etwieën e klooët oftrekk'n (=Iemand zwaar Benadelen)
  5. Lokers: iemand kluueten (=iemand pesten, Benadelen)
  6. Amies: Dei jòng ligk aan de achtersjte mem (=Die jongen wordt Benadeeld)
  7. Veurns: in z'n eig'n viengers snieën (=zichzelf Benadelen)
  8. Vlijtingens: zo zak zo Bendel (=gelijkaardig)
  9. Liwwadders: daar hewwe jou allenich jouself met (=daarmee Benadeel je alleen jezelf)
  10. Oudenbosch: bendal wir wa bekomme ? (=ben je weer wat opgeknapt ?)
  11. Mestreechs: iemes ut vel aof doen-iemes struipe (=iemand af zetten-iemand Benadelen)
  12. Hansbeeks: In zijn roab'n schijd'n (=Iemand anders Benadelen)
  13. Sint-Niklaas: iemand ne kloot aftrekken (=iemand Benadelen)
  14. Oudenbosch: diejee zunneige lulluk in zun viengers gesneje (=die heeft zichzelf erg Benadeeld)
  15. Walshoutems: Dje hêt mich in men rââpe geschete. (=Je hebt mij gekwets, Benadeeld.)
  16. Waregems: 'k ee d'r geeën ofdroag'n van (=ik voel me niet Benadeeld)
  17. Tongers: zich motteg viele (=het Benauwd hebben)
  18. Lichtervelds: ge moe nie loatn oender jn duuvn schietn (=je moet je niet laten Benadelen)
  19. Westerkwartiers: die kirrel is een met 'n gebruuksaanwiezing (=die man moet je voorzichtig Benaderen)
  20. Sint-Niklaas: benaat zin, mette poepers zitten (=schrik hebben)
  21. Harelbeeks: Ie dee in zyn brook van Benaudehie (=hij had vreselijke angst)
  22. Bosch: bende gauw gek! (=ben je helemaal gek geworden!)
  23. Oeffelts: Bende host verrig (=Ben je haast klaar)
  24. Oudenbosch: bendal wiesse strooje ? (=heb je het communicantje al gefeliciteerd ?)
  25. Westerkwartiers: 't wordt 'em hiet onner de voet'n (=hij krijgt het behoorlijk Benauwd)
  26. Munsterbilzen - Minsters: twieëtem stillekesaon werm onder zen viet (=hij krijgt het stilaan Benauwd)
  27. Hulshouts: hiel den hannekesnest (=heel de Bende)
  28. Westerkwartiers: moest 'em niet veur de kop steut'n (=je moet hem niet onvriendelijk Benaderen)
  29. Gents: staat en Benaat (=stout en bang)
  30. Deventers: bin nie so van dat Benauwde (=ik Ben niet zo bang aangelegd)
  31. Maas en waals: bende nou himmol betoetert (=ben je nu gek geworden)
  32. Helenaveens: Bende gij al bij de akkeliete? (=Ben jij al lang misdienaar?)
  33. Eindhovens: Wa Bende aant doen (=Wat Ben je aan het doen?)
  34. Ossies: Wa Bende tog unne schuuperd (=Wat Ben toch een kwajongen)
  35. Oudenbosch: bendal wiesse (n)appe ? (=heb je je al een gebit laten aanmeten ?)
  36. Bilzers: ich kraajget haaj op menen ojem (=ik krijg het hier erg Benauwd)
  37. Bosch: Un dikke kop hedde, dè Bende (=Je hebt een dik hoofd, dat Ben je!)
  38. Westerkwartiers: die vrouw is schiet'ns Benauwd (=die vrouw is doodsbang)
  39. Overmeers: 'n Bende sprieën (=een vlucht spreeuwen)
  40. Ossies: van wie Bende ge der enne (=hoe heet jij)
  41. Astens: wa Bende toch `n stom vèrreke (=iets doms gedaan)
  42. Helmonds: BENDE GAJ HOOMOO OF WA! ! (=Valt u op mannen)
  43. Bilzers: Waaj daste n Benaan raech kraaigs ? Légter n proem bij ! (=soort hoort bij soort)
  44. Bonheidens: In Benaa snijn ze petètte en rijn ze me de kerrewage (=In Bonheiden snijden ze aardappelen en rijden ze met de kruiwagen)
  45. Helmonds: bende gai an ut pesjonkele (=vaak in en uit lopen)
  46. Munsterbilzen - Minsters: nen aop it geen niëtsjes aster Benane te krijge zin (=je houdt je aan hetgeen je goed kent)
  47. Oudenbosch: bende nouw eulemaol gek geworre (=je Bent niet goed man !)
  48. Bosch: Bende nou helemoal van de pot gerukt (=Iets wat echt niet kan)
  49. Zeeuws: ie is van n duvel en zn ouwe moer noh nie Benauwd (=niet bang uit gevallen)
  50. Bonheidens: Ik wuen in Benaa, waa ze kappe en snaae en me de keurrewage raae (=Ik woon in Bonheiden, waar ze kappen en snijden en met de krijwagen rijden)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen