10 willekeurige spreekwoorden

  1. hij praat visserslatijn (=hij blaast zijn prestaties op)
  2. op de been blijven (=blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden)
  3. oren aannaaien (=iets wijsmaken)
  4. Het komt te paard en het gaat te voet. (=Ziekte en ongeluk komen vaak heel plotseling, maar het duurt lang voordat men weer hersteld is)
  5. de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
  6. op de garf/garve bouwen (=land bebouwen met betaling van de pacht met een deel van de oogst)
  7. de koek is op (=het maximaal haalbare is bereikt, meer zit er niet in)
  8. men moet hooien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  9. een echte huismus (=iemand die het thuis naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
  10. naar de haaien gaan (=ten onder gaan, zinken, zeer grote problemen krijgen en wellicht ophouden te bestaan)
Toon 10 nieuwe spreekwoorden