10 willekeurige spreekwoorden

  1. achter de puttings overboord vallen (=reddeloos verloren zijn)
  2. men moet rijden en omzien (=men moet voorzichtig te werk gaan)
  3. de kroon spannen (=het hoogtepunt vormen)
  4. gapen als een oester (=met de mond wijd open geeuwen)
  5. poppetje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
  6. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  7. de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
  8. het is niet voor de ganzen gemaakt (=we kunnen het maar beter uitdrinken)
  9. vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven. )
  10. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
Toon 10 nieuwe spreekwoorden