zwichten

werkw.
Uitspraak:  zwɪxtə(n)]
Vervoegingen:  zwichtte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gezwicht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

iets toch doen dat je niet wilde of van plan was niet te doen
Voorbeelden:  `zwichten voor een aantrekkelijk aanbod`,
`zwichten voor zeurende kinderen`
Synoniemen:  toegeven, bezwijken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
opzij gaan toegeven

Spreekwoorden en zegswijzen
• voor de drang der omstandigheden zwichten (=zich naar de omstandigheden schikken)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. geen weerstand meer kunnen bieden aan iets vb: hij zwichtte voor de verleiding en nam een taartje
  2. het aanbrengen van een zwichting.
  3. [Nederlands] toegeven
  4. • [erga] toegeven, wijken; het moeten afleggen. • [ov] : [molenaarsambacht] : het aanpassen van de zeilvoering op de wieken i.v.m. de windsterkte.
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik zwichtte, heb gezwicht), (zeew.) oprollen, inhalen (zeilen of touwen); oprollen (de zeilen ...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. zwichten (de zeilen innemen)
  2. zwichten (wijken)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `zwichten`.