zonloos

bijv.naamw.
Verbuigingen:  zonlozer
Verbuigingen:  zonloost

1) somber, kil, zonder vrolijkheid
Voorbeeld:  `"Om 't droevig zonloos oord der onrust in te treden?"`

2) zonder zonneschijn
Voorbeeld:  `Het is vandaag een zonloze dag met veel regenbuien.`


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. Een dag waarop de zon in het geheel niet heeft geschenen. De bedekkingsgraad bedraagt de gehele dag 8 achtsten.
  2. 1) Somber
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 70% van de Nederlanders en 72% van de Vlamingen het woord `zonloos`.