de zomer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  zomər]
Verbuigingen:  zomer|s (meerv.)

jaargetijde na de lente
Voorbeelden:  `’s zomers`,
`in de zomer`,
`zomervakantie`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jaargetijde

Intensiveringen
Hoe kun je zomer krachtiger uitdrukken?
hartje zomer;

14 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] het tweede der vier jaargetijden (van 21 Junij tot 21 September); des -s, in -, gedurende den zomer. ~ACHTIG, [bijvo...
  2. Het begin van de zomer, de zomerzonnewende, valt rond 21 juni. De zon bereikt dan de kreeftskeerkring waarna de dagen in het noorden weer korter worden. Meteorologen reke...
  3. jaargetijde dat loopt van 21 juni tot 23 september vb: in de zomer is het vaak warm Tegenstelling: winter
  4. Eén van de 4 seizoenen. De astronomische zomer start rond 22 juni, wanneer de dagperiode het langst is en de nachtperiode het kortst. De meteorologische zomer telt de ma...
  5. •jaargetijde tussen lente en herfst.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zomer:
zomeraanbiedingzomeraanbiedingenzomerachtigzomeravondzomeravondenzomerbandzomerbedzomerbloemzomerbroekzomercursuszomerdagzomerdagenzomerdezomerdenzomerdieselzomerdijkzomerdijkenzomerdrachtzomerdrachtenzomereik
Toon alle woorden die beginnen met zomer

Deze woorden eindigen op zomer:
midzomer
Toon alle woorden die eindigen op zomer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zomer (jaargetijde)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zomer` kennen.