de zender

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  zɛndər]
Verbuigingen:  zender|s (meerv.)

1) radio- of tv-station dat programma's uitzendt
Voorbeeld:  `Zet de tv eens op een andere zender.`

2) apparaat dat signalen uitzendt
Voorbeeld:  `Een draadloze microfoon bevat ook een klein zendertje.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afzender radiostation zendinstallatie zendster

8 definities op Encyclo
  1. apparaat waarmee je berichten of radioprogramma's overbrengt vb: als je de zender op 98 zet, krijg je Radio 1 Synoniem: transmitter
  2. bij literaire communicatie het geheel van schrijver, auteur en verteller, alsmede de (buiten)literaire invloeden die hierop inwerken.
  3. De zender (producent of detaillist) stuurt een boodschap naar de ontvanger (consument).
  4. 1) Afzender 2) Deel van een radio-installatie 3) Deel van een radiostation 4) Elenos 5) Radiostation 6) Station 7) Televisienet 8) Zendinstallatie 9) Zendstation
  5. iemand die een (preventie)boodschap geeft; dat kan een persoon zijn of een organisatie
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zender:
zenderaanbodzendercoördinatorzenderenzenderhopzenderhoppenzenderhoptzenderhoptezenderhoptenzenderindelingzenders

Deze woorden eindigen op zender:
afzenderstoorzenderbakenzendervoorkeurzenderzeezenderradiozendertelevisiezendernieuwszenderzakenzender

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zender

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zender` kennen.