zelfzeker

bijv.naamw.
Uitspraak:  [zɛlfˈsekər]

(van iemand) met veel zelfvertrouwen
Antoniem:  onzeker
Synoniem:  zelfverzekerd

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Zelfzeker / zelfverzekerd: Is zelfzeker correct?

2 definities op Encyclo
  1. [Belgisch Nederlands] zelfverzekerd
  2. 1) Met vertrouwen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zelfzeker:
zelfzekerheid

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 72% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `zelfzeker`.