de winst

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [wɪnst]
Verbuigingen:  winst|en (meerv.)

1) geld dat je overhoudt als je van de opbrengst de kosten aftrekt
Voorbeelden:  `iets met winst verkopen`,
`netto winst`
Antoniem:  verlies
Tel uit je winst!  (dat is goed verdiend!)

2) voordeel
Voorbeeld:  `stemmenwinst`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
baat gewin overwinning profijt verlies (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• tel uit je winst (=kijken waar je het meeste voordeel bij hebt.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Winstgevend doel / winstoogmerk: Wat is de correcte volledige naam van de afkorting vzw: vereniging zonder winstgevend doel of van vereniging zonder winstoogmerk?

Intensiveringen
Hoe kun je winst krachtiger uitdrukken?
fikse winst;

25 definities op Encyclo
  1. bedrag dat je overhoudt na aftrek van de kosten vb: hoeveel winst heeft dit bedrijf gemaakt? hij verkoopt die kast met winst [hij verdient eraan] tel uit je winst! [het g...
  2. kan gezien worden als de beloning voor de ondernemersactiviteit of het ondernemersrisico. Het is het verschil tussen de opbrengsten en kosten in een bepaalde periode.
  3. Het uitkeren van winst aan aandeelhouders is-was voor Ziekenfondsen niet toegestaan en voor particuliere verzekeraars wel. De Zorgverzekeringswet staat toe dat de nieuwe ...
  4. is de opbrenst minus de kosten in een bepaalde periode. Het is de beloning voor het ondernemersrisico. Ook zijn er economen die het opvatten als de beloning voor de pro...
  5. De omzet van een bedrijf minus alle kosten zoals rente, belastingen, afschrijvingen, reorganisatievoorzieningen etcetera.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met winst:
winstcijferwinstdalingwinstdelingwinstdervingwinstenwinstgevendwinstgevendheidwinstgroeiwinstmargewinstoogmerkwinstpuntwinststijgingwinstuitkering

Deze woorden eindigen op winst:
aanwinstboekwinstbrutowinstnettowinsttransactiewinstwoekerwinstantennewinstzetelwinst

Herkomst volgens etymologiebank.nl
winst (voordeel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `winst`.