I de want

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [wɑnt]
Verbuigingen:  want|en (meerv.)

kledingstuk voor de hand met een aparte ruimte voor de duim
Voorbeelden:  `een paar wollen wanten`,
`ovenwant`


II want

conjunction
Uitspraak:  [wɑnt]

<na dit woord noem je de reden>
Voorbeeld:  `Ik ga niet naar buiten, want het regent.`
Synoniem:  omdat

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aangezien al het touwwerk aan boord daar handschoen net omdat scheepswant tuig tuigage vermits wijl

Spreekwoorden en zegswijzen
• van wanten weten (=goed weten hoe men iets moet aanpakken)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Want geen zin: Is de zin Ik ga niet naar de bijeenkomst, want geen zin correct?

15 definities op Encyclo
  1. er wordt een reden of argument genoemd vb: Piet gaat niet naar de film want hij heeft hem al gezien Synoniemen: immers namelijk handschoen met aparte duim vb: ze droegen ...
  2. zie loos.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: vw. vermits, naardien, aangezien, daar. ~, v. (-en), handschoen met slechts een duim; vuisthandschoen. ~, o. [geen meervoud] visscherst...
  4. VOC - Zeilen en tuigage: zie ook Hoofdtouwen. Met het staande want worden de masten vastgezet, in de lengte door stagen, in de breedte door wanten. Het lopende want is he...
  5. • [f] - [m] : [kleding] handschoen waarbij alle vinger
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met want:
wantijwantijenwantoestandwantoestandenwantrouwwantrouwdewantrouwdenwantrouwenwantrouwendwantrouwigwantrouwigheidwantrouwtwantrustwantswantsenorchiswantspannerwanttaliewanttewantten

Deze woorden eindigen op want:
aanverwantbloedverwantgeestverwantgewanthoekwantovenwantkomaliwanttrawantverwantkwantzielsverwant

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. want (aangezien)
  2. want (handschoen)
  3. want (scheepswant)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `want`.