de wand

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [wɑnt]
Verbuigingen:  wand|en (meerv.)

afscheiding die een ruimte begrenst
Voorbeelden:  `Er hangt een mooi schilderij aan de wand.`,
`wandspiegel`,
`scheepswand`,
`schuifwand`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afscheiding beschot buitenwand kamerwand schot schut tussenschot

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
• teken aan de wand (=een waarschuwing dat er iets gaat gebeuren.)
Naar de spreekwoorden

11 definities op Encyclo
  1. afscheiding Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), muur; binnenzijde van een schip.
  3. Zijkant van de hoornschoen van een (paarden)hoef (z.o. toon)..
  4. afscheiding tussen twee ruimtes in gebouw vb: de wanden van deze kamer zijn dun het is een teken aan de wand [een vooruitwijzing, een waarschuwing]
  5. Weinig zware afscheiding tussen vertrekken en andere woonruimten onderling alsook tussen deze en de buitenwereld. Primitieve wanden zijn inderdaad gevonden van vlechtwerk...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met wand:
wandaadwandadenwandbeenwandbeenderenwandbekledingwandcontactdooswandcontactdozenwandewandelwandel omwandel rondwandelaarwandelaarswandelafstandwandelbrugwandelbruggenwandelclubwandelclubswandeldewandelden
Toon alle woorden die beginnen met wand

Deze woorden eindigen op wand:
gewandklimwandbuikwandkeerwanddamwandrotswandsysteemwandcelwandbergwand
Toon alle woorden die eindigen op wand

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. wand (akker)
  2. wand (muurvlak, afscheiding)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `wand`.