walen

werkw.
Verbuigingen:  waalde
Verbuigingen:  gewaald

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het walen in de tweede betekenis erin.`

3) rondstromen, kolken, woest bewegen, in beroering zijn
Voorbeeld:  `Verzochtheid heeft onze liefde geproefd in zoet en zuur, mijn gemoed waalde noch wanderde.`

4) opwellen, zich verspreiden, kenteren
Voorbeeld:  `Alzoo 't getijde verlagh, dat reeds begon te waalen. `


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. van de moesson: het kenteren. Een wael is volgens Verdam-Verwijs een breuk, een scheur in de dijk.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. gelijkvloeiend (ik waalde, heb gewaald), (zeew.) draaien; ongestadig zijn; eene -de kompasnaald, die zeer langzaam hare richting ...
  3. 1) Belgen 2) Belgische bevolkingsgroep 3) Draaien 4) Europees volk 5) Keren 6) Ongestadig zijn 7) Wankelen 8) Water 9) Weifelen
  4. Walen (Frans: Wallons, Duits: Wallonen, Waals: Walons) zijn inwoners van Wallonië. In principe spreken Walen Frans of, in het geval van leden van de Duitstalige Gemeens...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op walen:
afdwalendwalenhartkwalenronddwalenkoeterwalenverdwalen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
walen (keren, kenteren)