de Waal

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [wal]
Verbuigingen:  Walen (meerv.)

de Waal|se

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['wal|sə]
Verbuigingen:  Waalse|n (meerv.)

inwoner van Wallonië
Voorbeeld:  `Walen en Vlamingen komen vaak niet goed overeen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
Belg

17 definities op Encyclo
  1. [Vergeten woorden] (m.) staf, stok [= Noors vol, IJslands völur, in wortel]
  2. [Vergeten woorden] (m.) 1) Kelt 2) Romein 3) niet-Germaan, vreemdeling [= Engels Wales (mv.), in walnoot, ~ Waals]
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (walen), kolk, walende stroom; dok; inboorling der
  4. Def.: met palen omgeven ruimte waarbinnen schepen in een zeehaven veilig kunnen liggen.
  5. Def.: diepe waterkolk, door een dijkbreuk ontstaan.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met waal:
waaldewaaldenwaalklinkersWaalsWaals-BrabanderWaals-BrabantsWaals-BrabantseWaalsewaalt

Deze woorden eindigen op waal:
koeterwaalkwaalouderdomskwaalverdwaalwielewaalhartkwaal

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. waal (ijzeren mal)
  2. waal (inwoner van Wallonië)
  3. waal (paling)
  4. waal (poel, kolk)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 93% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `waal`.