de vrijbuiter

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  vrijbuiters
Verbuigingen:  vrijbuitertje

1) een zeerover die niet zijn buit grotendeels zoals een kaper aan de staat afstond, maar vrijelijk op de markt verkocht
Voorbeeld:  `Kapers werden vaak vrijbuiters als hun dat uitkwam, zodat het verschil niet zo groot was.`

2) iemand die niet vies is van een beetje avontuur, een avonturier
Voorbeeld:  `Oh, die? Dat was altijd al een vrijbuiter!`

3) een klassieke, houten zeilboot


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
bandiet oplichter piraat zeerover

5 definities op Encyclo
  1. Nederlands Piraat of zeerover die kaapt voor eigen gewin
  2. 1) Avonturier 2) Bandiet 3) Boekanier 4) Bohémien 5) Kaper 6) Levensgenieter 7) Oplichter 8) Ovengerecht 9) Piraat 10) Vagebond 11) Zeerover 12) Zeeschuimer
  3. zeerover die vroeger al dan niet met een machtiging van een overheid schepen van vijandige naties enterde en beroofde; kaper; ook: ontdekkingsreiziger; avonturier
  4. zeilboot - De vrijbuiter is een klassieke, houten zeilboot met als zeilteken de letter Z. Vrijbuiters zijn gebouwd van circa 1918 tot 1942. De vrijbuiterklasse kende s...
  5. kaper, avonturier Jaar van herkomst: 1572 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vrijbuiter:
vrijbuiters

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vrijbuiter (kaper, avonturier)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `vrijbuiter`.