vrezen

werkw.
Uitspraak:  ['vrezə(n)]
Vervoegingen:  vreesde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gevreesd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

bang zijn (voor)
Voorbeelden:  `Ik vrees dat het niet goed zal aflopen.`,
`Je hebt niets te vrezen.`,
`Ik vrees van wel.`
Synoniem:  duchten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
duchten opzien schromen versagen

Spreekwoorden en zegswijzen
• god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je vrezen krachtiger uitdrukken?
met grote vreze vrezen;

5 definities op Encyclo
  1. er angst voor voelen vb: ik vrees de dood hij heeft niets te vrezen [hoeft nergens bang voor te zijn] we vrezen het ergste [zijn bang dat er iets heel ergs zal gebeuren] ...
  2. • [ov] bang zijn, angst hebben. (+audio)
  3. 1) Angst voelen 2) Angstgevoelen 3) Bang zijn 4) Bang zijn voor 5) Beducht zijn 6) Bekommerd zijn 7) Duchten 8) Huiveren 9) In angst verkeren 10) Ontzag hebben voor 11) O...
  4. bang zijn voor Jaar van herkomst: 1285 (CG Rijmb. )
  5. [Vergeten woorden] (st. vries, heeft gevrezen) 1) verzoeken, beproeven 2) verzoeken, vragen [? vrezen ‘bang zijn voor’, ~ vrees, vrezen]
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vrezen (bang zijn voor)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vrezen` kennen.