vormen

werkw.
Uitspraak:  ['vɔrmə(n)]
Verbuigingen:  vormde (verl.tijd enkelv.)
Verbuigingen:  heeft gevormd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) laten ontstaan
Voorbeelden:  `Neem elkaar bij de hand en vorm een kring.`,
`De kerk vormt een kruis met vier korte armen.`,
`een leger vormen`,
`je een oordeel vormen`
Synoniem:  maken

2) zijn
Voorbeelden:  `Winkeldiefstal vormt een groot probleem voor winkeliers.`,
`Zij vormen de meerderheid.`
Synoniem:  uitmaken

3) (iemand) laten worden, zich laten ontwikkelen (tot iemand)
Voorbeeld:  `Zijn oorlogservaringen hebben hem gevormd tot de mens die hij nu is.`
Synoniem:  maken

© Kernerman Dictionaries.

Spelling
Correct gespeld: 'vormen' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Spreekwoorden en zegswijzen
 een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
Naar de spreekwoorden

Deze woorden eindigen op vormen:
 aanspreekvormen bakvormen beleefdheidsvormen hervormen levensvormen meervoudsvormen misvormen oervormen omgangsvormen omvormen verschijningsvormen vervormen werkwoordsvormen zandvormen

8 definities op Encyclo
I.) 1 In de juiste vorm brengen. 2 Deel uitmaken van, fungeren als bouwsteen van.
II.) maken, ontwikkelen, bouwen, formeren, oprichten, samenstellen, smeden, stichten boetseren, modelleren uitmaken, zijn aftekenen ontwikkelen, beschaven, cultiveren, fatsoen...
III.) Vorm geven, kneden of modelleren in een bepaalde staat of toestand. Categorie: Procédés en Technieken > procédés en technieken naar specifiek ...
IV.) [regelmatig werkwoord]• de gedaante ervan hebben vb:deze straten vormen een kruis • het maken vb:hij vormt een beeld uit klei • ik kan me daar geen beeld ...
V.) Uit `De lagere vaktalen: De steenbakkerstaal` 1914 steenen maken.
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vormen` kennen.

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. vormen (gestalte geven)
  2. vormen (het vormsel toedienen)