voren

bijwoord
Uitspraak:  [ˈvorə(n)]

1)
naar voren  (naar het voorste gedeelte of vooruit) `Willen jullie allemaal een stapje naar voren doen?` Synoniem: naar voor Antoniem: naar achteren

2)
van voren  (aan of vanaf de voorkant) `De rok is van voren langer dan van achteren.` Synoniem: vooraan Antoniem: van achteren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ploegvoren van voren voorn van achteren) (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• van voren niet weten of men van achteren leeft (=erg dom zijn / erg ziek zijn)
• ogen van achteren en van voren hebben (=alles in de gaten kunnen houden)
• liever van achteren zien dan van voren (=niet goed kunnen verdragen)
• hij weet van voren niet dat hij van achteren leeft (=hij is erg dom)
• de wind van voren krijgen (=kritiek krijgen, direct gezegd worden wat er mis is)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Naar voor / naar voren: Is het naar voor treden of naar voren treden?

5 definities op Encyclo
  1. in de richting van de voorkant vb: wilt u naar voren komen? in de brief komt de oorzaak naar voren [wordt de oorzaak duidelijk] van voren af aan [vanaf het begin] iets na...
  2. •"van ~": aan of van de voorzijde. •"naar ~" in voorwaartse richting
  3. 1) Blankvoorn 2) Dier 3) Ploegvoren 4) Vis 5) Zoetwatervis
  4. van voren rijden,vooraan rijden
  5. Woord uit de oude stadsrekeningen van Doesburg; (aan)voeren
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met voren:
vorenpakkervorensvorenstaand

Deze woorden eindigen op voren:
achterstevorencarnivorenherbivoreninsectivorenivorenomnivorentevorenvan tevoren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. voren (in van voren, naar voren)
  2. voren = voorn (vis)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 87% van de Vlamingen het woord `voren`.