I de voorste

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['vorstə]
Verbuigingen:  voorste|n (meerv.)

eerste persoon in een rij of groep
Voorbeeld:  `Hij reed weg van het peloton en voegde zich bij de voorsten.`
Antoniemen:  achterste, laatste
Synoniem:  eerste


II voorste

bijv.naamw.
Uitspraak:  ['vorstə]

in het eerste gedeelte of op de eerste plaats
Voorbeelden:  `De voorste rijen waren leeg.`,
`In het voorste van de twee kamertjes brandde geen licht.`,
`de voorste gelederen`
Antoniemen:  achterste, laatste
Synoniem:  eerste

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
eerste achterste (antoniem)laatste (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• haantje de voorste (=voortrekker - wie altijd op het voorplan wil staan)
Naar de spreekwoorden

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. [geen meervoud] voorste deel. ~, m. en v. (-n), de eerste, die het meest vooruit is; altijd Haantje de -, overal het eerst.
  2. 1) Aan de kop 2) Eerste 3) Eerste in de rij 4) In de eerste rij 5) Meest vooruitstaande 6) Onbepaald rangtelwoord 7) Op de eerste plaats 8) Rangtelwoord
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met voorste:
voorstelvoorstelbaarvoorstellenvoorstellingvoorstellingenvoorstemmenvoorstevenvoorstevens

Deze woorden eindigen op voorste:
haantje-de-voorste

Herkomst volgens etymologiebank.nl
voorste

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `voorste`.