volbouwen

werkw.
Verbuigingen:  bouwde vol
Verbuigingen:  volgebouwd

1) een bepaald gebied geheel met gebouwen vullen
Voorbeeld:  `Als we niet oppassen raakt het Groene Hart helemaal volgebouwd.`

2) enz.

3) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het volbouwen in de tweede betekenis erin.`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord gelijkvloeiend 1) , (ik volbouwde, heb volbouwd), ten einde bouwen. *...BRENGEN, bedrijvend werkwoord onre...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 92% van de Nederlanders en 88% van de Vlamingen het woord `volbouwen`.