verzaken

werkw.
Uitspraak:  [vər'zakə(n)]
Verbuigingen:  verzaakte (verl.tijd enkelv.)
Verbuigingen:  heeft verzaakt (volt.deelw.)

1) niet doen terwijl dat wel zou moeten
Voorbeeld:  `je plicht verzaken`
Antoniem:  nakomen

2) (een speelkaart) niet leggen terwijl dat wel zou moeten games

Bovenstaande informatie is afkomstig van Kernerman Dictionaries meer info
Onderstaande informatie is samengesteld uit diverse bronnen. Herhalingen en/of tegenstellingen kunnen het gevolg zijn.

Spelling
Correct gespeld: 'verzaken' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Spreekwoorden en zegswijzen
 nooit troef verzaken (=overal bij zijn, altijd meedoen)
Naar de spreekwoorden

Synoniemen
afzweren logenstraffen loochenen nalaten onttrekken uitlaten verloochenen verwaarlozen verzuimen weglaten

4 definities op Encyclo
1) Synoniem van afzweren, verloochenen, als in: ik verzaak de duivel....
2) afstaan...
3) Met `verzaken` wordt bedoeld dat men zijn of haar plicht niet nakomt. Binnen de kaartspelen wordt de term gebruikt voor ...
4) 1) Afzeggen 2) Afzweren 3) Kaartterm 4) Logenstraffen 5) Loochenen 6) Nalaten 7) Niet bekennen bij een kaartspel 8) Niet...
Toon uitgebreidere definities