verzaken

werkw.
Uitspraak:  [vər'zakə(n)]
Verbuigingen:  verzaakte (verl.tijd enkelv.)
Verbuigingen:  heeft verzaakt (volt.deelw.)

1) niet doen terwijl dat wel zou moeten
Voorbeeld:  `je plicht verzaken`
Antoniem:  nakomen

2) (een speelkaart) niet leggen terwijl dat wel zou moeten games

© Kernerman Dictionaries.

Spelling
Correct gespeld: 'verzaken' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Spreekwoorden en zegswijzen
 nooit troef verzaken (=overal bij zijn, altijd meedoen)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
I.) Synoniem van afzweren, verloochenen, als in: ik verzaak de duivel.
II.) 1) Afzeggen 2) Afzweren 3) Kaartterm 4) Logenstraffen 5) Loochenen 6) Niet nakomen 7) Niet naleven 8) Nalaten 9) Niet bekennen bij een kaartspel 10) Onttrekken 11) Renonc...
III.) afstaan
IV.) Met verzaken wordt bedoeld dat men zijn of haar plicht niet nakomt. Binnen de kaartspelen wordt de term gebruikt voor een bepaalde kaart die men had moeten leggen, maar ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `verzaken`.

Herkomst volgens etymologiebank.nl
verzaken (zich afkeren van; nalatig zijn)