verzaken

werkw.
Uitspraak:  [vər'zakə(n)]
Vervoegingen:  verzaakte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft verzaakt (volt.deelw.)

1) niet doen terwijl dat wel zou moeten
Voorbeeld:  `je plicht verzaken`
Antoniem:  nakomen

2) (een speelkaart) niet leggen terwijl dat wel zou moeten games

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afzweren logenstraffen loochenen nalaten onttrekken uitlaten verloochenen verwaarlozen verzuimen weglaten

Spreekwoorden en zegswijzen
• nooit troef verzaken (=overal bij zijn, altijd meedoen)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
I.) zich afkeren, afvallig worden Jaar van herkomst: 776-800 (CG II 1 Utr. doopbelofte )
II.) Synoniem van afzweren, verloochenen, als in: ik verzaak de duivel.
III.) 1) Afzeggen 2) Afzweren 3) Kaartterm 4) Logenstraffen 5) Loochenen 6) Nalaten 7) Niet bekennen bij een kaartspel 8) Niet nakomen 9) Niet naleven 10) Onttrekken 11) Renonc...
IV.) [Belgisch Nederlands] afstand doen, afzien van -
V.) Met verzaken wordt bedoeld dat men zijn of haar plicht niet nakomt. Binnen de kaartspelen wordt de term gebruikt voor een bepaalde kaart die men had moeten leggen, maar ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `verzaken`.