vastlopen

werkw.
Uitspraak:  [ˈvɑstlopə(n)]
Vervoegingen:  liep vast (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is vastgelopen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

in een situatie komen dat je niet verder kunt
Voorbeelden:  `Het schip liep vast in de modderige bodem.`,
`De computer is vastgelopen.`,
`Het overleg liep vast op de weigering van de werkgevers.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blijven steken doodlopen haperen klem komen stokken stranden stremming stuklopen vast komen zitten

4 definities op Encyclo
  1. vastvaren.
  2. in het algemeen: tijdens het varen, met het schip op de bodem vast komen te zitten. Echter ook gebruikt wanneer men door ijs, waterplanten, e.d. niet meer verder kan vare...
  3. ergens in terechtkomen waar je niet meer uit kunt vb: de auto is in de modder vastgelopen het gesprek is vastgelopen [verder praten heeft geen zin, ieder blijft bij zijn ...
  4. 1) Doodlopen 2) Haperen 3) In zijn beweging gestuit worden 4) Mislukken 5) Opstuwen 6) Stokken 7) Stranden 8) Stremming 9) Stuklopen 10) Verstrikt raken
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vastlopen` kennen.