het uitschot

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  uitschotten
Verbuigingen:  uitschotje

1) personen van laag allooi
Voorbeeld:  `Wat een uitschot is dat, zeg!`

2) datgene wat afvalt bij een sortering naar kwaliteit, met name bij papierproductie

3) het deel van de visvangst dat weer teruggeworpen wordt

4) kosten betaald voor opgevraagde informatie
Voorbeeld:  `De kosten, rechten en uitschotten blootgesteld in alle fasen van de invordering van de verschuldigde bedragen vallen ten laste van de debiteur van de retributie.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
gajes geboefte gebroed gespuis ongeregelgoederen ramsj rapaille schorem schorriemorrie tuig

6 definities op Encyclo
  1. echt Nederlandsche handelswoorden (1914):1) voorschotgeld, 2) minderwaardige soort.
  2. Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 1. slecht uitgegroeide of bedorven tabaksblaren; 2. sigaren die om oneffen kleur of vorm niet met de andere verpakt w...
  3. Drukken die op enigerlei wijze niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen en daarom uit de oplage* verwijderd moeten worden. Syn: misdrukken; uitval. Engels: spoil Fran...
  4. 1) Afval 2) Barrel 3) Bocht 4) Gajes 5) Geboefte 6) Gebroed 7) Gepeupel 8) Gespuis 9) Geteisem 10) Geteisum 11) Grut 12) Hef 13) Heffe 14) Het slechtste deel 15) Kleingoe...
  5. weinig gebruikte term voor een plotselinge windvlaag.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met uitschot:
uitschotten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
uitschot

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `uitschot`.