uitpakken

werkw.
Uitspraak:  ['œytpɑkə(n)]
Vervoegingen:  pakte uit (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) (iets) uit de verpakking halen, of (de verpakking) leegmaken
Vervoegingen:  heeft uitgepakt (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `cadeautjes uitpakken op Sinterklaasavond`,
`na je vakantie de koffers uitpakken`
(gecomprimeerde) bestanden uitpakken  (ze geschikt maken om te gebruiken) Synoniem: uitpakken, openen

2) (genoemde) afloop hebben
Vervoegingen:  is uitgepakt (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `Die avontuurlijke onderneming is uiteindelijk heel goed uitgepakt.`,
`De bezuinigingen kunnen dramatisch uitpakken voor bepaalde bevolkingsgroepen.`
Synoniemen:  aflopen (1), eindigen

3) erg je best doen om mensen feestelijk te ontvangen of naar je toe te halen
Vervoegingen:  heeft uitgepakt (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `We hebben een ontzettend fijne dag gehad vandaag. Jullie hebben echt uitgepakt.`,
`De supermarkt gaat flink uitpakken met kortingen om klanten te winnen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aflopen onthalen tekeergaan uitlopen

4 definities op Encyclo
  1. Het in de oorspronkelijke staat terugbrengen van een gecomprimeerd bestand met behulp van een decompressieprogramma. (ook decompressie)
  2. de verpakking eraf halen vb: Anne pakte de cadeautjes uit Tegenstellingen: pakken inpakken verpakken op een bepaalde manier aflopen vb: die actie is goed uitgepakt erg gu...
  3. • [ov] uit een verpakking halen. • [ov] uit een omhulsel halen. • [erga] een bepaalde uitkomst krijgen.
  4. 1) Afgeven 2) Aflopen 3) Feestelijk onthalen 4) Leegmaken 5) Ontdoen van de verpakking 6) Onthalen 7) Ontpakken 8) Openen 9) Openmaken 10) Tekeergaan 11) Uithalen 12) Uit...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `uitpakken` kennen.