uitbuiten

werkw.
Uitspraak:  ['œydbœytə(n)]
Vervoegingen:  buitte uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgebuit (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) zo veel mogelijk voordeel uit iemand halen ten koste van die persoon
Voorbeelden:  `mensenhandel en uitbuiting van vrouwen`,
`werkgevers die illegale buitenlanders uitbuiten`
Synoniemen:  uitpersen (2), uitknijpen (2)

2) zo veel mogelijk voordeel halen uit (iets)
Voorbeelden:  `je voordeelkaart uitbuiten`,
`de samenwerking ten volle uitbuiten`
Synoniem:  profiteren van

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
benutten beroven exploiteren ontdoen uitmelken

Intensiveringen
Uitdrukkingen die uitbuiten betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
uitknijpen als een citroen;

3 definities op Encyclo
  1. volledig benutten Jaar van herkomst: 1870 (WNT )
  2. misbruik van iemand maken vb: hij heeft zijn werknemers uitgebuit er zoveel mogelijk voordeel uit halen vb: we hebben de situatie wel uitgebuit
  3. 1) Benutten 2) Beroven 3) Exploiteren 4) Ontdoen 5) Profiteren 6) Profiteren van 7) Uitbaten 8) Uitkleden 9) Uitknijpen 10) Uitmelken 11) Uitpersen 12) Uitzuigen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
uitbuiten (zoveel mogelijk voordeel halen uit)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `uitbuiten`.