I de trouw

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [trɑu]

eigenschap dat je iemand of iets altijd steunt en hem of haar niet alleen laat
Voorbeelden:  `eeuwige trouw beloven`,
`hondentrouw`
Antoniem:  ontrouw
Synoniem:  loyaliteit
te goeder trouw  (met goede bedoelingen, oprecht)
te kwader trouw  (met slechte bedoelingen, oneerlijk)


II trouw

bijv.naamw.
Uitspraak:  [trɑu]

je houdend aan wat je ooit afgesproken hebt of als vaste gewoonte hebt aangenomen
Voorbeelden:  `iemand trouw dienen`,
`de trouwe luisteraars van ons programma`,
`trouw aan je principes`
Antoniem:  ontrouw
Synoniem:  loyaal

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bestendig devotie echt genegenheid getrouw getrouwheid ijver inzet loyaal loyaliteit onveranderlijk overgave toegewijdheid toewijding trouwhartigheid zorgzaamheid ontrouw (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• te kwader trouw (=onbetrouwbaar, oneerlijk)
• met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
• iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
• hou en trouw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
• het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je trouw krachtiger uitdrukken?
hondstrouw; trouw als een hond;

11 definities op Encyclo
  1. het doen wat je beloofd hebt vb: hij neemt het niet zo nauw met de huwelijkstrouw trouw zijn aan de wet [je altijd aan de wet houden] te goeder trouw zijn [eerlijk en opr...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), getrouw, innig verbonden, zeer gehecht (aan); zonder dat er iets aan ontbreekt (van ...
  3. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Trouw``] (Orde der) Oorspronkelijk ordre de la fidélité, Badensche ridderorde in 1715 door den markgraaf Karel Wilhelm van Baden-...
  4. •niet weggaan.
  5. 1) Aanhankelijk 2) Aanhankelijkheid 3) Beproefd 4) Bestendig 5) Betrouwbaar 6) Dagblad in Nederland 7) Devotie 8) Echt 9) Echtverbintenis 10) Echtverplichting 11) Eerlijk...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met trouw:
trouw introuwaktetrouwambtenaartrouwboektrouwdagtrouwdagentrouwdetrouwdentrouwdichttrouweloostrouweloosheidtrouwentrouwenstrouwertrouwerijtrouwerijentrouwfeesttrouwfototrouwheidtrouwjapon
Toon alle woorden die beginnen met trouw

Deze woorden eindigen op trouw:
betrouwgetrouwgezagsgetrouwhertrouwmistrouwontrouwondertrouwplichtsgetrouwtekstgetrouwmannentrouwwaarheidsgetrouwwantrouw
Toon alle woorden die eindigen op trouw

Herkomst volgens etymologiebank.nl
trouw (loyaliteit ; standvastig, loyaal)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `trouw` kennen.