de treffer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈtrɛfər]
Verbuigingen:  treffer|s (meerv.)

1) keer dat je iemand of iets raakt
Voorbeeld:  `Dankzij twee treffers van onze midvoor wonnen we.`
voltreffer  (schot dat of worp die het doel direct treft)

2) resultaat na zoeken in digitale bestanden
Voorbeeld:  `Die zoekactie levert meer dan vierduizend treffers op.`
Synoniem:  hit

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bof buitenkansje doelpunt gelukstreffer goal hit kasstuk klapper kraker raakschot schlager schot in de roos succes succesnummer successtuk toevalstreffer topper misser (antoniem)

2 definities op Encyclo
  1. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Treffer``] Een schot of worp, die het doel treft in tegenstelling tot een misschot
  2. 1) Algerak 2) Bof 3) Buitenkans 4) Buitenkansje 5) Doelpunt 6) Een raak schot 7) Gelukje 8) Gelukkig toeval 9) Gelukstreffer 10) Goal 11) Goed schot 12) Hit 13) Kasstuk 1...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op treffer:
voltreffer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
treffer

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `treffer`.