I transitief

bijv.naamw.
Verbuigingen:  transitiever
Verbuigingen:  transitiefst

1) overgankelijk

2) overdraagbaar
Voorbeeld:  `In de wiskunde is een binaire relatie R over een verzameling X transitief, als steeds wanneer een element a gerelateerd is aan een element b en element b op zijn beurt weer gerelateerd is aan een element c, dat dan ook element a gerelateerd is aan element c`


II het transitief

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  transitieven



Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 transitoir, transitif, Fr., overgaande; (in de spraakk.), wordt zulks van die werkwoorden gezegd, wier werking of handeling van het eene voorwer...
  2. Een werkwoord dat een actie uitdrukt ten opzichte van iets of iemand; een overgankelijk werkwoord. Bijvoorbeeld: `nemen` of `houden van` kunnen niet op zichzelf staan, ma...
  3. 1) Meetkundige term 2) Overdraagbaar 3) Overgankelijk
  4. overgankelijk (werkwoord) Jaar van herkomst: 1824 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met transitief:
transitief werkwoord

Deze woorden eindigen op transitief:
ditransitiefintransitief

Herkomst volgens etymologiebank.nl
transitief (overgankelijk werkwoord)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 73% van de Nederlanders en 90% van de Vlamingen het woord `transitief`.