het traject

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [traˈjɛkt]
Verbuigingen:  traject|en (meerv.)

1) gedeelte van een (spoor)weg of een af te leggen route
Voorbeelden:  `werkzaamheden op het traject tussen Utrecht en Amsterdam`,
`We konden een gedeelte van het traject per bus afleggen.`

2) dingen die je in de juiste volgorde na elkaar moet doen als deel van een groter geheel
Voorbeelden:  `Het hele juridische traject is doorlopen.`,
`opleidingstraject`,
`inburgeringstraject`
een verkort traject doen  (een verkorte opleiding volgen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afstand baan baanvak etappe noom pad parcours ronde route tournee weg

13 definities op Encyclo
  1. Alle activiteiten (in een keten) waar er sprake is van samenwerking tussen een of een groepje cliënt(en) en (een team van) professional(s) en waar wederzijdse afspraken ...
  2. Klinkt zakelijk, maar is slechts de opvolger van 'gebeuren'. 'Met name in het salestraject is een extra commitment nodig' (We moeten beslist meer gaan verkopen anders gaa...
  3. Let op: Spelling van 1858 trajet, Fr., overvaart, overtogt, veer
  4. begeleiding manier om cliënten individueel te begeleiden bij hun traject, waarbij wordt uit gegaan van sterke en zwakke kanten van de cliënt, zijn ontwikkelingsmogelijk...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), overvaart; veer; afstand (te water),
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met traject:
trajecten

Deze woorden eindigen op traject:
kooktraject

Herkomst volgens etymologiebank.nl
traject (weggedeelte; baanvak)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `traject` kennen.