touren

werkw.
Afbreekpatroon:  tou - ren
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  tourde (verl.tijd )
Vervoegingen:  getourd (volt.deelw.)

een tocht maken door de omgeving, op tournee zijn
Voorbeeld:  `hij tourde van Den Helder naar Schagen`


1 definitie op Encyclo
  1. 1) Een ritje maken
Toon uitgebreidere definities