timmeren

werkw.
Uitspraak:  [ˈtɪmərə(n)]
Vervoegingen:  timmerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getimmerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

van hout maken (met hamer en spijkers)
Voorbeeld:  `een schutting timmeren`
iemand in elkaar timmeren  (iemand in elkaar slaan)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hameren hard slaan hengsten klinken meppen slaan spijkeren tremmen vastnagelen vastslaan vastspijkeren

Spreekwoorden en zegswijzen
• niet hoog timmeren (=weinig verstand hebben)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met timmeren een ander begrip versterken?
aan de weg timmeren;

6 definities op Encyclo
  1. met behulp van hamer, zaag en spijkers in elkaar zetten vb: zij timmerde een mooie boekenkast
  2. bouwen (thans uitsluitend van houten bouw gezegd) - een huis, een schip timmeren
  3. De kunst van het bouwen in hout, vooral van gebouwen en andere constructies, zoals het installeren van vloeren, vensters en ander lijstwerk. Voor het maken van schrijnwer...
  4. •herhaaldelijk (met een hamer) op iets slaan. •houten zaken in elkaar zetten.
  5. 1) Bonken 2) Doe-het-zelf klus 3) Hameren 4) Hengsten 5) Houtbewerken 6) Ineenslaan 7) Klinken 8) Meppen 9) Ranselen 10) Slaan 11) Spijkeren 12) Spijkers slaan 13) Tremme...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op timmeren:
dichttimmerenbetimmeren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
timmeren (houtwerk vervaardigen; slaan)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `timmeren`.