terwijl

conjunction
Uitspraak:  [tɛrˈwɛil]

1) gedurende dezelfde tijd dat
Voorbeeld:  `werken terwijl de anderen vakantie hebben`

2) hoewel
Voorbeeld:  `Ik heb de koffie toch maar opgedronken, terwijl die koud was.`
Synoniem:  ofschoon

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
daarentegen ofschoon ondertussen terzelfder tijd terzelftijd

Spreekwoorden en zegswijzen
• verkopen terwijl hij erbij staat (=te slim af zijn)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  1. gelijktijdig met iets anders vb: terwijl ik afwas, stopt Evert de kinderen in bed
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] inmiddels, ondertussen, intussen.
  3. •gedurende de periode dat nog een andere actie aan de gang is. •hoewel.
  4. 1) Aangezien 2) Daar 3) Daarentegen 4) Dewijl 5) Een poos 6) Enig tijdsverloop 7) Gedurende 8) Gedurende de tijd 9) Gedurende de tijd dat 10) In de tijd dat 11) In die ti...
  5. onderschikkend voegwoord Jaar van herkomst: 1629 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
terwijl (gedurende de tijd; ofschoon, hoewel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `terwijl`.