de teller

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['tɛlər]
Verbuigingen:  teller|s (meerv.)

1) apparaat dat iets telt of meet
Voorbeelden:  `De teller stond op ruim 200.000.`,
`toerenteller`

2) wat bij een breuk boven of voor de streep staat wiskunde
Voorbeeld:  `In de breuk 3/4 is 3 de teller en 4 de noemer.`
Antoniem:  noemer

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
breuken mens of meter

6 definities op Encyclo
I.) • [wiskunde] het getal boven de streep van een breuk.
II.) is een softwareprogramma dat bijhoudt hoeveel bezoekers er op een site langskomen.
III.) 1) Bord 2) Bovenste deel van een breuk 3) Bovenste gedeelte van een breuk 4) Breuken 5) Breukstreep 6) Cijfer bovenaan een breuk 7) Cijferaar 8) Deel van een breuk 9) Dee...
IV.) [breuk] - De teller telt het aantal delen. Als iets in een aantal gelijke stukken is verdeeld, dan geeft de teller 1 aan dat het om een zo`n deel gaat, 2 om twee delen e...
V.) Teller kan ook verwijzen naar geografische plaatsen: Teller kan ook verwijzen naar personen: ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `teller`.