de teller

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['tɛlər]
Verbuigingen:  teller|s (meerv.)

1) apparaat dat iets telt of meet
Voorbeelden:  `De teller stond op ruim 200.000.`,
`toerenteller`

2) wat bij een breuk boven of voor de streep staat wiskunde
Voorbeeld:  `In de breuk 3/4 is 3 de teller en 4 de noemer.`
Antoniem:  noemer

Bovenstaande informatie is afkomstig van Kernerman Dictionaries meer info
Onderstaande informatie is samengesteld uit diverse bronnen. Herhalingen en/of tegenstellingen kunnen het gevolg zijn.

Spelling
Correct gespeld: 'teller' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Deze woorden eindigen op teller:
 aansteller besteller brievenbesteller geigerteller hoofdopsteller kilometerteller opsteller regelversteller rijwielhersteller samensteller steller toerenteller verteller

Synoniemen
breuken

10 definities op Encyclo
1) • [wiskunde] het getal boven de streep van een breuk....
2) ladingschrijver;persoon die de colli van de geloste of geladen lading telt...
3) toestel voor het optellen of totaliseren van allerlei grootheden...
4) meter...
5) ladingschrijver;persoon die de colli van de geloste of geladen lading telt...
Toon uitgebreidere definities