de teler

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['telər]
Verbuigingen:  teler|s (meerv.)

de teelster

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['telstər]
Verbuigingen:  teelster|s (meerv.)

iemand die planten laat groeien om er iets mee te doen
Voorbeelden:  `De maatregel treft de telers, de groothandel en de winkeliers`,
`aardappelteler`

Bovenstaande informatie is afkomstig van Kernerman Dictionaries meer info
Onderstaande informatie is samengesteld uit diverse bronnen. Herhalingen en/of tegenstellingen kunnen het gevolg zijn.

Spelling
Correct gespeld: 'teler' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Deze woorden beginnen met teler:
 telerail teleran telerecorder

Deze woorden eindigen op teler:
 fruitteler steler

Synoniemen
fokker kweker tuinder

1 definitie op Encyclo
1) 1) Beroep 2) Beroep, ambt of functie 3) Beroepen en ambten 4) Fokker 5) Kweker 6) Persoonsbenaming 7) Planter 8) Tuinder...
Toon uitgebreidere definities