de teler

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['telər]
Verbuigingen:  teler|s (meerv.)

de teelster

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['telstər]
Verbuigingen:  teelster|s (meerv.)

iemand die planten laat groeien om er iets mee te doen
Voorbeelden:  `De maatregel treft de telers, de groothandel en de winkeliers`,
`aardappelteler`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
fokker kweker tuinder

2 definities op Encyclo
  1. iemand die planten laat groeien vb: in Aalsmeer wonen veel telers van rozen
  2. 1) Beroep 2) Fokker 3) Kweker 4) Planter 5) Tuinder 6) Verbouwer 7) Verwekker 8) Voortbrenger
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met teler:
telers

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `teler`.