de techniek

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [tɛxˈnik]
Verbuigingen:  techniek|en (meerv.)

1) kennis en hulpmiddelen die nodig zijn om bijvoorbeeld apparaten, machines en andere complexe voorwerpen te ontwerpen, te laten werken en te herstellen
Voorbeelden:  `autotechniek`,
`de moderne, digitale technieken`

2) manier waarop je aan het werk gaat om iets te maken of te doen
Voorbeeld:  `danstechniek`
baltechniek  (de manier waarop een sporter met de bal omgaat)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedrevenheid procédé technologie

12 definities op Encyclo
  1. Ten eerste de belangrijke kenmerken van het ballet, zoals passen, draaien, en pointedansen. Ten tweede, de vaardigheid waarmee een danser ze uitvoert.
  2. De drager van de boodschap, de wijze waarop hij wordt overgebracht en hoe hij is verzonden.
  3. Let op: Spelling van 1858 technica, Lat., de kunsttaal, kunstwoordenleer; kunstleer, leer der kunstregelen, handgrepen. Technicus, kenner en uitöefenaar, van de uiterlij...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] leer der kunstregelen; kunsttaal. *...NICUS, m. (...ci), kenner der uiterlijke kunstregelen, deskundige in eenig in...
  5. Alle aandachtsgebieden met betrekking tot de techniek welke de bedrijfsprocessen beïnvloedt of ondersteunt. (http://www.digital-architecture.net-scripties-Ondernemingsty...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met techniek:
techniekboektechniekentechniekertechniekleraartechnieklerarestechnieklestechnieklokaaltechniekonderwijs

Deze woorden eindigen op techniek:
baltechniekdetectivetechnieklandbouwtechniekfietstechniekpsychotechniekverlichtingstechniekinstallatietechniekgalvanotechniekpolytechniekbiotechniekconserveringstechniekzelfhulptechniektelecommunicatietechniekcommunicatietechniekvervoerstechniekverkeerstechniekciviele techniekenergietechniekluchtvaarttechniekmeettechniek

Herkomst volgens etymologiebank.nl
techniek (bewerkingen die nodig zijn voor een vakgebied; bedrevenheid, vaardigheid)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `techniek` kennen.