de tand

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [tɑnt]
Verbuigingen:  tand|en (meerv.)

1) elk van de scherpe, uitstekende botjes voor in je mond waarmee je bijt
Voorbeeld:  `je tanden poetsen`
je tanden laten zien  (een dreigende houding aannemen)
je tanden stuk bijten op iets  (ergens erg je best voor doen maar niet het gewenste resultaat behalen)
je tanden ergens in zetten  (aan een zware klus beginnen)
iemand aan de tand voelen  (iemand streng ondervragen)
je tanden op elkaar zetten  (doorzetten en je boosheid of pijn niet laten merken)
de tand des tijds  (slijtage door ouderdom)
tot op de tanden gewapend  (met veel wapens)

2) uitstekende, smalle deeltjes van bijvoorbeeld een kam, zaag, vork of rad
Voorbeelden:  `de tanden van een zaag zetten`,
`tandwiel`

© Kernerman Dictionaries.

Spelling
Correct gespeld: 'tand' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Spreekwoorden en zegswijzen
 zijn tanden laten zien. (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn.)
 zich met hand en tand verzetten (=zich zich heftig verzetten en er alles aan doen om het niet te laten doorgaan)
 van hand tot tand leven. (=uitsluitend in de meest elementaire levensbehoeften kunnen voorzien. / Het verdiende meteen weer uitgeven.)
 van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven)
 tot de tanden gewapend (=tot het uiterste bewapend)
Toon alle 19 spreekwoorden die tand bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met tand een ander begrip versterken?
tot de tanden bewapend; tot de tanden gewapend; je met hand en tand verzetten; met hand en tand verdedigen;

Deze woorden beginnen met tand:
 tandarts tandartsangst tandartsassistent tandartsassistente tandartsassistentes tandartsbehandeling tandartsbezoek tandartsboor tandartsen tandbeen tandde tandden tandeg tandem tandems tanden tandenborstel tandenborstelmethode tandenborstels tandenborstelsnor
 Toon alle woorden die beginnen met tand

Deze woorden eindigen op tand:
 achterstand adresbestand adressenbestand afstand aggregatietoestand bandstand bestand bijstand boerenverstand Bokseropstand boombestand computerbestand databestand drietand eindstand elektrische weerstand gegevensbestand geklappertand geknarsetand gemoedstoestand
 Toon alle woorden die eindigen op tand

18 definities op Encyclo
I.) een tandje bijzetten: een klein beetje 'gas' bijgeven. De term is ontstaan toen men voor de toerentalregeling een manette ging gebruiken, die voorzien was van een vertand...
II.) 1 Een hard, wit voorwerp in de mond, meestal in 2 horizontale rijen aanwezig (één in elke kaak) en algemeen gebruikt om te eten. 2 Een scherp uitsteeksel aan voorwerpen...
III.) Hard uitsteeksel van gemineraliseerd of deels gemineraliseerd weefsel dat wordt gevormd in de kaken van dieren; door de opbouw te onderscheiden van ander been. Categorie:...
IV.) Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), uitstekend been in den kinnebak; uitstekend (puntig) deel van verscheidene werktuigen en andere voorwerpen); [figuurlijk] van...
V.) [zelfstandig naamwoord]• hard wit uitsteeksel in boven- en onderkaak vb:met zijn tanden beet hij in de appel • hem aan de tand voelen [ondervragen] • tot ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `tand` kennen.

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tand (uitsteeksel in de kaak)