stuiten

werkw.
Uitspraak:  [ˈstœytə(n)]
Vervoegingen:  stuitte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is gestuit (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

tegen iets aan komen en terugkaatsen
Voorbeeld:  `Bij het biljarten stuiten de ballen steeds tegen elkaar.`
niet te stuiten zijn  (niet tegengehouden kunnen worden) `De opmars van die technologie is niet meer te stuiten.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beletten botsen echoën fschijnen irriteren reflecteren schokken stoten stuiteren stuitjes tegenhouden terugkaatsen terugstoten vastlopen vinden weerkaatsen

Spreekwoorden en zegswijzen
• tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. Fr: interruption de la prescription [gerechtelijk recht] het tenietdoen van het al verstreken gedeelte van een verjaringstermijn. Na de ~ begint de ver…
  2. niet verder laten gaan vb: we moeten hem in zijn enthousiasme stuiten op verzet stuiten [er zijn mensen die het er niet mee eens zijn] hij is niet te stuiten [niet tegen ...
  3. 1) Beletten 2) Botsen 3) Echoën 4) Hinderen 5) In zijn vaart belemmeren 6) Inhiberen 7) Irriteren 8) Niet verder kunnen 9) Onderdrukken 10) Ophouden 11) Opkeren 12) Opsc...
  4. Eng: interruption [personen- en familierecht] ~ van een huwelijk: beletten dat een voorgenomen huwelijk plaatsvindt. Bijv. omdat het een schijnhuwelijk…
  5. Eng: to interrupt the term of limitation [vermogensrecht] voorkomen dat verjaring plaatsvindt Art 104 Boek 3 BW - Zie ook verjaring / verjaren / verjaa…
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met stuiten:
stuiten opstuitend

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. stuiten (bluffen)
  2. stuiten (tot staan brengen)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `stuiten` kennen.