struif

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  struiven

1) de vloeibare inhoud van eieren, eierstruif

2) met behulp van dit product vervaardigde omelet of pannenkoek


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• men moet geen struif om een ei bederven (=men moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (...ven). ~KOEK, m. (-en), eierpannekoek. ~PAN, v. (-nen), eierpan, koekepan.
  2. 1) Deel van een ei 2) Eiergebak 3) Eierkoek 4) Eiermengsel 5) Eierpannenkoek 6) Eiproduct 7) Geklutste eieren 8) Inhoud van een ei 9) Mengsel eigeel en eiwit 10) Omelet 1...
  3. woord uit 1812, uitleg bij teksten van E.J. Potgieter (1808 - 1875) uitgestorte inhoud van eieren.
  4. omelet Jaar van herkomst: 1460 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op struif:
eierstruif

Herkomst volgens etymologiebank.nl
struif (pannenkoek; omelet)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 72% van de Nederlanders en 57% van de Vlamingen het woord `struif`.